Vernieuwing als alibi om de oude Haagse machten in stand te houden

Vernieuwing als alibi om de oude Haagse machten in stand te houden

[ad_1]


Het verlangen naar openheid en transparantie, naar politiek zonder heimelijkheid of Haagse achterommetjes, is nog even niet getemd. Dinsdag stemde de Kamer op voorstel van Joost Eerdmans (JA21) en Geert Wilders (PVV) voor openbaarmaking van alle gespreksverslagen in de formatie.Je kon zeggen: een breuk met het verleden. De wil om het vertrouwen in de overheid te herstellen is blijkbaar sterker dan instandhouding van decennia oude gebruiken.Maar daags erna wist je dit zo zeker niet meer. Vera Bergkamp (D66) werd gekozen tot Kamervoorzitter, en dit ging al voor de stemming gepaard met klachten over een politieke deal. D66, CDA en VVD zouden binnenskamers een bondje hebben gesloten om voorzitter Khadija Arib (PvdA) te wippen. „Dit stinkt”, zei Wilders.En hoewel er aanwijzingen waren dat zo’n deal bestond, werd het weersproken binnen de drie partijen, en legden de klagers geen bewijs op tafel. Dit laatste kon ook moeilijk, want de ironie was dat de Kamer, ondanks haar pleidooien voor openheid en transparantie, de eigen voorzitter in een geheime stemming aanwees. Een procedure waarover – hier keek ik wel even van op – geen Kamerlid een kik gaf.Maar het ging verder, want ook na de stemming bleven partijen, van PvdA tot en met PVV, klagen over het vermeende bondje. Wilders had het over „zwendel, koehandel, nepparlement”. En toen dacht je: maar als het voortaan zo werkt, als de nieuwe Kamer een aanwijzing al behandelt als bewijs, dan leidt het streven naar meer openheid vooral tot meer verdachtmakingen. Dan beoogt de nieuwe Kamer geen herstel van vertrouwen, maar de ondermijning daarvan.Nu is de Haagse werkelijkheid nooit eendimensionaal. Na de nacht van Sigrid Kaag (D66), vorige week donderdag, en de paaszaterdag van Gert-Jan Segers (ChristenUnie), stond continuering van Mark Ruttes premierschap op het spel. Een stoet oud-VVD-politici en enkele CDA-prominenten schoten te hulp, en Herman Tjeenk Willink (79, PvdA) werd ingeroepen als informateur om het vertrouwen te herstellen.Dit laatste vooral via ideeën over een nieuwe bestuurscultuur. Een politiek logische formule. Voor Rutte zou het een rigoureus andere manier van besturen vereisen maar is het ook een kans het vege lijf te redden, onder het klassieke motto voor machtsbehoud: alles moet veranderen, opdat alles hetzelfde blijft. Voor Kaag biedt het eventueel ruimte Rutte alsnog als premier te accepteren. Voor CDA-voorman Wopke Hoekstra kan het een manier zijn Pieter Omtzigt van kabinetsdeelname onder Rutte te overtuigen. Tegelijk droeg die ‘nieuwe bestuurscultuur’ meer pikanterie in zich dan Tjeenk Willinks voorspelbare verschijning in formatietijd suggereerde. De man schrijft al veertig jaar fraaie kritieken op de organisatie van de democratie (meer dualisme, meer tegenmacht, meer parlementaire polarisatie) en de organisatie van de overheid (let op de uitvoering van beleid). Maar toen hij hiermee in de jaren tachtig begon werd hij, oud-adviseur van premier Joop den Uyl (PvdA, 1973-1977), voornamelijk genegeerd. En het is nuttig om te begrijpen waarom. Hij keerde zich tegen de zéér monistische cultuur die ‘no nonsense’-premier Ruud Lubbers (CDA, 1982-1994) voor zijn coalities afdwong. Kabinetten die onder het motto ‘meer markt, minder overheid’ uitvoerende diensten privatiseerden, verzelfstandigden of decentraliseerden. Beleid dat tot in de jaren negentig voortging.In die periode werd de basis gelegd voor de huidige overheid. En voor CDA’ers die Omtzigts kritiek op het monisme en uitvoerende diensten omarmen: Lubbers is de populairste CDA-premier ooit.De ironie is groter. Sinds medio jaren negentig stelden talrijke autoriteiten de schade van deze overheidsverbouwing aan de kaak, gebaseerd op Tjeenk Willink. Vicepremier Hans Dijkstal (VVD) in 1994. De Rekenkamer in 1995. De Eerste Kamer in eigen onderzoek in 2012. De Tweede Kamer in onderzoek naar uitvoeringsorganisaties dit jaar. En tóch veranderde er bitter weinig. Het bleek te taai – en vooral: politiek amper profijtelijk. Niet voor niets zei Tjeenk Willink woensdag bij zijn introductie als informateur: „Iets dat veertig jaar één richting inging draai je niet in veertig dagen terug.”Bij dualisme en tegenmacht speelt een vergelijkbaar dilemma. Formeel hééft de Kamer alle benodigde tegenmacht, maar waarom gebruikt ze die zo weinig? Met dualisme is het als met de vrijheid van meningsuiting: iedereen is voor, maar het draait om de begrenzing. Het zijn doorgaans kleinere partijen met principiële posities die in een formatie om grenzen vragen – zie de CU in 2017 over medisch-ethische kwesties. Maar als één partij bijzondere toezeggingen zijn gedaan, willen andere partijen die ook – zo ontstaan regeerakkoorden als telefoonboeken.Wie dit inruilt voor meer dualisme, zal ervaren dat vooral grote partijen profiteren. Maak bijvoorbeeld geen formatieafspraken over migratie of de EU, en de VVD zal amper klagen: er is nu eenmaal een ruime Kamermeerderheid voor minimalisatie van migratie en een EU-sceptische politiek. Dus ook deze bestuurlijke vernieuwing zou voor Ruttes machtspositie bepaald geen bedreiging zijn.Intussen viel deze week op dat ook de oude lobbymachten zich weinig gelegen laten liggen aan de formatieperikelen. Je hoorde dat er ambtelijk al een akkoord is met werkgevers en vakbonden over verlenging van de coronasteunpakketten per 1 juni. En dat het inzicht rijpt dat het ‘nationaal herstelplan corona’ in het najaar door het demissionaire kabinet gepresenteerd moet worden. Zo werkt dat: terwijl politici in de formatie praten over bestuurlijke vernieuwing, werken de oude Haagse machten gewoon door.Achteraf viel wel op dat het lot van Rutte vorige week donderdagnacht mede was bepaald door onzekerheid en improvisatie. Aan het begin van de avond, hoorde je, was het plan van Kaag en Hoekstra dat zij een motie van afkeuring van Kees van der Staaij (SGP) zouden steunen, als contrast voor Wilders’ motie van wantrouwen. Maar na nachtelijk SGP-beraad besloot Van der Staaij die motie niet in te dienen: zijn fractie steunde alsnog de motie van wantrouwen. Toen stonden Kaag en Hoekstra voor een laat dilemma. Zij kozen ervoor dan maar zelf een motie van afkeuring in te dienen. Alleen: in de CDA-fractie gingen stemmen op dan óók maar met de motie van wantrouwen mee te gaan. Fractieleden gingen hier weer tegenin, waarop Hoekstra de leiding nam: het werd, besloot hij ter plekke, de motie van afkeuring.Dus dit had vorige week ook slechter kunnen aflopen voor Rutte. Zo bezien was, zeker na het zaterdagse interview van Gert-Jan Segers in het Nederlands Dagblad, het VVD-tegenspel in het weekeinde – premier op de fiets, oud-VVD-politici in het tegenoffensief – uitermate effectief. Niemand in de partij durfde publiekelijk te opperen dat de VVD de formatie vlot kon trekken met een andere premierkandidaat. En op televisie zag ik een partijprominent steun aan Rutte uitspreken van wie je wist dat hij in kleine kring zeer kritisch over de premier sprak.Ergo: de VVD is Rutte geworden, en Rutte de VVD.Dat leerde ook wel iets over de motivatie waarmee de premier zich dinsdag ineens openstelde voor formatiegesprekken over macht en tegenmacht. Want als iets deze week óók bleek, is dat na vijftien jaar Rutte-leiderschap de tegenmacht in zijn eigen partij vrijwel is verdampt.

Nieuwsbrief
NRC De Haagse Stemming

Volg de formatie op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *