Verzekeringsplicht zzp’ers stuit op talloze obstakels




Het duurt jarenlang voordat het kan worden ingevoerd. De premie kan torenhoog worden. En zelfstandig ondernemers moeten rekenen op weinig keuzevrijheid.Het kabinetsplan om een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers te introduceren, stuit op talloze obstakels, schreef demissionair minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) vrijdag aan de Tweede Kamer. Hij blijft doorwerken aan de verzekering, maar die zal er waarschijnlijk anders moeten uitzien dan in de huidige plannen. Het kabinet kondigde de verzekeringsplicht in 2019 aan. Het was een toezegging aan de vakbonden, in ruil voor hun steun aan het pensioenakkoord van dat jaar. Tegelijk is er veel politiek draagvlak voor zo’n plicht, ook in de nieuwe Tweede Kamer.Een advies van de vakbonden en werkgeversorganisaties van vorig jaar zou het uitgangspunt vormen voor die verzekering. Twee zelfstandigenclubs schreven daaraan mee: FNV Zelfstandigen, onderdeel van de grootste vakbond. En zzp-organisatie PZO, verbonden aan VNO-NCW.Maar hun plan is onuitvoerbaar en moet anders, schrijft Koolmees nu. Welke problemen ziet hij? En hoe reageren de betrokken organisaties? 1 Keuzevrijheid past niet in systemen van de BelastingdienstIn het plan van de sociale partners zouden zelfstandigen allerlei keuzemogelijkheden krijgen. Standaard zou de verzekering er als volgt uitzien. Wie langdurig ziek of arbeidsongeschikt raakt, krijgt na een jaar ‘wachttijd’ een uitkering van 70 procent van zijn laatst verdiende loon, tot een maximale uitkering van 1.650 euro per maand, het minimumloon. Het UWV betaalt de uitkeringen, de Belastingdienst int de premie: netto 95 tot 135 euro per maand, afhankelijk van je inkomen.Wie minder risico wil lopen, kan ervoor kiezen om al na een halfjaar ziekte een uitkering te krijgen, tegen een hogere premie. Of pas na twee jaar, tegen een lagere premie.Maar dit soort keuzemogelijkheden noemt de Belastingdienst „ondoenlijk”, in een notitie die Koolmees meestuurde met zijn Kamerbrief. Omdat het niet makkelijk is om geautomatiseerd alle benodigde informatie van het UWV te krijgen.Ook de afbakening van de doelgroep zou anders moeten. De verplichte verzekering zou gaan gelden voor alle zelfstandigen zonder personeel. Niet voor zelfstandigen mét personeel. Maar de systemen van de Belastingdienst kennen die twee begrippen niet. Daarom wil Koolmees de plicht nu laten gelden voor alle zelfstandig ondernemers die op hun belastingaangifte invullen dat ze ‘winst uit onderneming’ hebben. Dus óók zelfstandigen met personeel. Maar directeuren-grootaandeelhouders (dga’s), met een eigen bv, zouden er dan buiten vallen.2 Zelfs een simpel alternatief vergt jarenlange voorbereidingKoolmees neemt nu een simpeler variant, die tegemoetkomt aan deze bezwaren van de Belastingdienst, als „startpunt”. Wel laat hij onderzoeken of er misschien tóch meer mogelijk is dan de fiscus zegt.Maar zelfs met zo’n eenvoudige variant zal de invoering jaren op zich laten wachten. Ook deze variant heeft volgens de Belastingdienst „grote impact” op hun capaciteit. Het aanpassen van de systemen kost veel tijd. En de fiscus kan daar „op zijn vroegst” in 2023 mee beginnen, omdat de agenda met ICT-plannen al „overvol” is.3 Premie bij UWV dreigt torenhoog te wordenEen ander probleem is dat de nieuwe, publieke verzekering tegen arbeidsongeschiktheid bijzonder duur gaat worden. Dat komt doordat zelfstandigen hun verzekering ook bij een private verzekeraar mogen afsluiten. Zij krijgen dan een uitzondering voor de publieke regeling.Koolmees vreest dat vooral de meest gezonde zelfstandigen, met het laagste risico op arbeidsongeschiktheid dat gaan doen. Private verzekeraars hanteren individuele premies, dus zij kunnen hen een aantrekkelijk aanbod doen. Daardoor blijven bij het UWV de mensen achter die het grootste risico op arbeidsongeschiktheid hebben, met een hoge premie als gevolg.

Lees ook: Geen verzekerplicht voor ondernemer mét personeel

4 Belanghebbenden ontstemd over de brief van KoolmeesVakbonden en zzp-organisaties reageren afwijzend op de koerswijziging. „Ik hou hier niet van”, zegt FNV-vicevoorzitter Kitty Jong. „We snappen dat het ingewikkeld is, maar het is ook een kwestie van prioriteiten. Ons advies moet wat mij betreft het uitgangspunt blijven.” Daar is Margreet Drijvers van zzp-organisatie PZO het mee eens: „Keuzemogelijkheid is heel belangrijk. Dit moet geen one-size-fits-all worden.”

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *