Waar blijven de modellen met hijab?




Een muts waar een doek onder vandaan wappert. Een hoodie. Spijkerbroeken die als een hoofddoek om haar hoofd werden gedrapeerd. Als het Amerikaans-Somalische topmodel Halima Aden (23) tijdens fotoshoots geen hijab droeg, dan werd die vervangen door dit soort frivole hoofdbedekkingen.
Aden gold sinds haar doorbraak in 2016 als hét rolmodel voor islamitische vrouwen in de westerse mode-industrie. Ze liep – met hijab – shows voor Max Mara en Alberta Ferretti, deed shoots voor Vogue, Sports Illustrated en grote kledingmerken. Ze liet zien dat in de mode-industrie ruimte is voor iedere geloofsovertuiging – althans, zo leek het tot november 2020, toen ze plots stopte. Op Instagram vertelde Aden dat ze zichzelf was kwijtgeraakt. Te vaak had ze haar grenzen laten overschrijden door akkoord te gaan met strakke kleding, het ontbloten van haar hals. Ze deed dat omdat ze wilde bijdragen aan de zichtbaarheid van moslima’s. „Ik was zo wanhopig op zoek naar representatie dat ik mezelf verloor”, schreef ze. „De mode-industrie… Het is niet voor ons”, concludeerde Aden. Niet veel later verwijderde ze haar account.
Aden was als een van de weinige hijab-dragende modellen een opvallende verschijning in de modewereld. Er waren al een aantal veranderingen gaande. Merken als Nike en Dolce & Gabbana maken hoofddoeken en abaya’s en sinds de opkomst van modest fashion – bedekkende en wijdvallende kleding – zijn er meer opdrachten waar moslima’s voor geboekt kunnen worden. Ook zijn er speciale bureaus voor islamitische modellen, zoals het Britse Ummah Models.
Aisha Musse, het eerste model met hoofddoek op de cover van een Nederlands modeblad. Foto Harper’s Bazaar

De vraag ontbreekt

Toch blijft het aantal islamitische en zeker hijab-dragende modellen beperkt, ook in Nederland. Een rondje langs de grote modellenbureaus leert dat het aantal Nederlandse modellen dat een hoofddoek draagt op één hand te tellen is. En tot deze maand de Nederlandse Harper’s Bazaar de 21-jarige Aisha Musse, met hoofddoek, op de cover zette, had nog nooit eerder een Nederlands modeblad dat gedaan. Terwijl honderdduizenden moslima’s in Nederland een hijab dragen. Waar komt die discrepantie vandaan?
De meeste bureaus reageren niet (inhoudelijk) op vragen over het onderwerp; hetzelfde geldt voor veel modellen, influencers en Nederlandse modemerken en -bladen die NRC aanschreef. Twee van de drie modellenbureaus die wel reageren, noemen als verklaring voor het kleine aantal hijab-dragende modellen: de vraag ontbreekt. „Wij spelen in op de vraag van onze klanten: bladen en modemerken”, zegt Veerle Gorter, directeur van Max Models – met 150 modellen een van de grotere bureaus van Nederland. „De vraag naar deze modellen is minimaal.”
Sven Franken, boeker van New Generation Model Management (250 modellen): „Klanten boeken waar ze geld aan verdienen. Een paar jaar geleden waren transgender modellen veel in het nieuws. Daar springt de markt op in, maar na een tijdje zakt dat weer weg. Sinds de Black Lives Matter-protesten zien we dat opdrachtgevers vaker modellen kiezen met diverse etnische achtergronden. Wat verkoopt, dat gebruiken ze.”
Het vorig jaar opgerichtte VEIN Agency (20 modellen) ziet juist een taak voor modellenbureaus om middels een divers modellenbestand het gesprek over diversiteit met klanten „aan te wakkeren”. VEIN scout daarom specifiek modellen met „een eigen look” en heeft twee modellen die een hijab dragen.

Influencer Ruba Zai tijdens de Grazia Fashion Awards 2017Foto Edwin Janssen

Halima Aden voor Sports Illustrated 2019.Foto Frazer Harrison/Getty Images

Besloten wereld
Een andere reden die genoemd wordt voor het feit dat er weinig islamitische modellen zijn, is dat deze vrouwen zich niet melden. „We krijgen tien tot twintig aanmeldingen per dag, en we hebben misschien twee keer een aanmelding gehad van een vrouw met een hoofddoek”, vertelt Gorter. Bij New Generation is één model aangesloten dat af en toe een hijab draagt – de 20-jarige Sira Matsari – maar ook daar is de aanwas klein. „Van de duizend aanmeldingen zijn er vijf mensen islamitisch”, zegt Franken. Beiden denken dat de geloofsovertuiging en traditionele denkbeelden van de islamitische vrouwen of hun familieleden hierin een rol spelen.
Volgens de Amsterdamse mode-influencer Khaoula Boumeshouli (27) zijn er genoeg islamitische vrouwen die model zouden willen zijn: „Het probleem is dat de mode-industrie niet toegankelijk is; het is een besloten en traditionele wereld waarin connecties tellen.” Zelf is ze niet aangesloten bij een modellenbureau, wel doet ze shoots en andere opdrachten voor merken als H&M, Tommy Hilfiger en Dior. Daarbij draagt ze altijd een hijab.
Dat meisjes zich niet snel zullen melden bij een modellenbureau komt volgens haar ook omdat ze daar maar weinig mensen terugzien in wie ze zich herkennen: „Zodra je in een omgeving komt waar je de enige bent die anders is, wordt alles moeilijker.”
Onderzoeker op het gebied van diversiteit en islamkenner Sahar Noor is het met Boumeshouli eens. „Waarom zou je je melden op een plek waar je je niet gewenst voelt, waar geen ruimte voor je is?” Volgens Noor moeten modellenbureaus hun best doen voor een meer divers modellenbestand, zodat iedereen zich welkom voelt.

Lees ook: Het boeken van zwarte modellen is niet genoeg

Religieuze regels
Het argument dat islamitische vrouwen uit geloofsovertuiging geen model willen zijn, geldt volgens Noor niet voor iedereen. „Bescheidenheid en kuisheid zijn thema’s in de islam, maar de betekenis verschilt per persoon, per context, per land. De een wil helemaal bedekt zijn, voor de ander is een baggy jeans ook kuis.”
Noor ziet in populaire hijab-dragende influencers zoals Boumeshouli (bijna 300.000 volgers) en Ruba Zai (1,1 miljoen) een bewijs dat islamitische vrouwen wel degelijk in de modewereld aan de slag willen én dat er een markt voor is. Deze vrouwen kiezen alleen niet voor de traditionele weg via modellenbureaus en modebladen, maar voor een eigen platform op sociale media.
Hoewel religieuze regels voor iedereen verschillend zijn, werpt het geloof wel degelijk drempels op in een industrie waarin (deels) ontblote lichamen eerder regel dan uitzondering zijn. Boumeshouli en Matsari doen bijvoorbeeld geen lingerie- en bikinishoots en willen niet in alle poses gefotografeerd worden. Ook zijn er praktische zaken die geregeld moeten worden, zoals tijd om te bidden en een afgesloten ruimte waar ze zich kunnen omkleden. „Een merk moet best veel moeite doen”, zegt Matsari.
Volgens hoofdredacteur Miluska van ’t Lam van Harper’s Bazaar zijn merken tegenwoordig meer bereid zich aan te passen. „Een model is niet meer alleen de vrouw die een collectie toont, we willen ook haar verhaal horen”, zegt zij. Dit speelde ook mee bij de keuze voor Aisha Musse. „Ons jaarthema is ‘groei’ en Aisha paste daar goed bij omdat we verwachten dat zij dit jaar als model tot bloei zal komen.” Tijdens de shoot werd volgens Van ’t Lam veel gedaan om Musse op haar gemak te stellen: zo waren haar zusje en moeder uitgenodigd en mocht ze zelf bepalen hoe ze haar hijab wilde dragen.
Als er iemand op de set is die ons echt begrijpt, hoeven wij niet steeds onze grenzen te benoemen

Diversiteit
Ook Matsari merkt dat haar opdrachtgevers zich vaker willen aanpassen. „Laatst werd me bij een shoot gevraagd of ik iets op mijn tepels wilde plakken”. Toen ze ‘nee’ zei, werd daar respectvol mee omgegaan. Nog fijner had ze het gevonden als de vraag überhaupt niet gesteld was.
„Er zal pas echt iets veranderen als er in elke laag van ieder bedrijf diversiteit wordt doorgevoerd”, denkt Boumeshouli. Zij hoopt dat merken niet alleen op zoek gaan naar islamitische modellen, maar ook naar bijvoorbeeld stylisten die moslim zijn. „Als er iemand op de set is die ons echt begrijpt, hoeven wij niet steeds onze grenzen te benoemen.”
Dat Halima Aden is gestopt, vindt Boumeshouli jammer. Zij wil als rolmodel laten zien dat het wél kan: als islamitische vrouw werken in de westerse modewereld. „Ik wil laten zien dat je níét hoeft te veranderen.”
Ook Matsari ziet wel wat in de functie van rolmodel. „Veel mensen zien de hoofddoek nog steeds als teken van onderdrukking, terwijl het juist iets fijns en moois kan zijn. Ik wil vrouwen laten zien dat het een fashion-item mét religieuze betekenis is.”

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *