Waarom huidskleur net zo relevant is als sekse




Slingerend van het ene muziekje naar het andere kom ik op YouTube terecht bij een engelachtige song over een glimworm. Uit verbazing en nieuwsgierigheid kijk ik naar de reacties die eronder staan. „Ik ben een macho”, schrijft een man met een robot-avatar. „Maar luisterend naar dit lied voel ik me een bloem in de wei.”Dat is mooi. Mensen snakken naar de gelegenheid zichzelf een bloem in de wei te voelen. „Dit lied wekt in mij het verlangen om knolraap te gaan verbouwen”, schrijft iemand anders, en ook dat is mooi. Er is behoefte aan zulk perspectief, ook bij mij, nu ik al zo lang brommerig in huis zit en me vast graaf in mijn eigen gelijk. „Wees een bloem in de wei”, zeg ik.Eigenlijk zou ik debatten moeten volgen, maar ja, ik zit dus te luisteren naar etherische liedjes waarmee iedere luisteraar zich een verweduwde boerin kan voelen, ‘a widowed farmer’s wife’, met een paar kleine kinderen en een koeienstal. Terwijl het digitaliseringsdebat toch hoogst dringend op me wacht en ik u daarvan ijverig verslag moet uitbrengen. Dan bedoel ik het digitaliseringsdebat dat vorige week werd georganiseerd door organisaties die zich inzetten voor rechtsstaat en democratie. De grote politieke partijen hadden speciaal hun onverkiesbare kandidaten afgevaardigd. De parlementskandidaten met verstand van de spectaculairste verandering in onze tijd staan nog steeds zo laag op de verkiezingslijsten dat ze ofwel helemaal niet in de Tweede Kamer belanden ofwel op een onzichtbare stoel. Ik word er chagrijnig van, maar dat is niet goed. Wees een bloem in de wei, zeg ik.Ik heb van de weeromstuit geen zin in het debat. Ik prik er een beetje in. Ze doen het prima, de parlementskandidaten, maar ik heb toch zin om te zeuren. De kandidaat van het CDA zegt dat je niet moet vasthouden aan overheidstoezicht op algoritmes, omdat er bij bedrijven en organisaties als de politie „ook mensen met een normen- en waardenkader zitten en met een geweten”. Ja lieverd, zeg ik, want dat soort lelijke dingen zeg je als je met je gelijkhebberigheid thuis achter je scherm zit – jawel, dat geweten is precies wat bij hen opspeelt. Juist de gewetensvolle mensen binnen bedrijven willen heel graag meer democratische richting en toezicht. Al was het maar omdat ze de wereld niet willen domineren door hun persoonlijke morele overtuigingen in de software te stoppen: er is nog zoiets als democratische besluitvorming, tenslotte.Ik neurie mee met het liedje over de glimworm op het eerste scherm. Ik rommel een beetje, vandaag. Op het tweede scherm gaat het digitaliseringsdebat verder over algoritmes die discrimineren op huidskleur. Ik open een derde scherm en bestudeer de vraag die de literaire wereld de afgelopen weken in de ban hield: of een witte schrijver het spoken-word-gedicht van een zwarte schrijfster mag vertalen.Belangrijke discussie, niet vanwege het geval, maar vanwege de algemene vraag welke eigenschappen van mensen relevant zijn bij oordelen of beslissingen over hun handelen. Dit is precies het soort onderscheidingen dat je in algoritmes stopt – en waarover je het dus moet hebben. De heersende mening lijkt nu te zijn dat huidskleur letterkundig niet relevant is en dat de zwarte vrouw die om een zwarte vertaalster had gevraagd daarmee ongelijk heeft gehad.Ik open een vierde scherm en zoek naar de commotie die in 2019 ontstond rondom het thema van de Boekenweek: ‘De moeder, de vrouw’. Ik vind een petitie terug met de claim dat niet Martinus Nijhoff bij dit thema geciteerd had moeten worden, maar Vasalis, die immers zelf vrouw en moeder was. Ook klonk de roep om vrouwelijke schrijvers voor het Boekenweekgeschenk en indertijd was de communis opinio het hiermee volmaakt eens.Wat is er gebeurd tussen 2019 en 2021? Waarom is huidskleur niet relevant bij de keuze voor een schrijver en sekse wel? Zijn alle emancipatiebewegingen gelijk, maar zijn sommige emancipatiebewegingen nog steeds een beetje meer gelijk dan andere? Of verschillen de situaties van elkaar? Je eigen geweten of morele overtuiging is maar een korrel zand in de woestijn van de ethiek. Zijn straks overheidsbeslissingen geautomatiseerd, dan moeten we niet alleen een discussie voeren over de morele relevantie van het onderscheid tussen situaties. We moeten ook hebben geregeld hoe je zo’n discussie inricht, hoe je gevallen vergelijkt en hoeveel, welke principes een rol spelen, hoelang de uitkomst van de discussie vastligt en hoe je bijvoorbeeld veranderende maatschappelijke inzichten erin verdisconteert. Gelukkig staat het thema van de democratie over vier jaar vast centraal bij de verkiezingen. Tot die tijd neurie ik op scherm één lieflijk verder over knolrapen en rozen.

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

nrc.next
van 9 maart 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *