Wat blijft er over van het openbaar vervoer na coronatijd?




Het openbaar vervoer is er weer voor iedereen. Sinds de coronacrisis mochten bus, tram, trein of metro alleen gebruikt worden voor ‘noodzakelijk vervoer’. Maar dat reisadvies is deze week opgeheven. Iedereen is weer welkom. Het is alleen de vraag of de reiziger van weleer de weg terug naar het openbaar vervoer weet te vinden. En het is de vraag of de openbaarvervoersbedrijven straks, zonder coronasteun, acceptabele dienstverlening overeind weten te houden. Vooralsnog dreigt kaalslag: in het hele land verdwijnen buslijnen en worden tram- en metrolijnen ingekort. En het is afwachten of de vervoersbedrijven de komende jaren financieel overeind blijven. Drie vragen over de toekomst van het openbaar vervoer in Nederland na coronatijd.1 Hoe heeft het openbaar vervoer tot nu toe de coronacrisis overleefd?Zonder overheidssteun zou er sinds het uitbreken van de coronacrisis niet of nauwelijks meer openbaar vervoer hebben rondgereden. Grote vervoersbedrijven als het GVB in Amsterdam, de RET in Rotterdam of landelijk de NS – bedrijven die jaarlijks miljoenenwinsten maakten – zouden over de kop zijn gegaan, niet meer in staat zijn om personeel te betalen of het materieel te onderhouden. Want ze raakten in één keer hun verdienmodel kwijt: passagiers. In het begin van de coronacrisis liep het aantal reizigers terug tot 20 procent van voor de crisis, toen dat zo’n 2,4 miljoen reizigers per dag waren. Nu is het zo’n 30 tot 40 procent, maar nog steeds te weinig om financieel overeind te blijven. Vorig jaar mei besloot het kabinet dat het openbaar vervoer nagenoeg intact moest blijven, om de economie niet nog verder te verlammen. Daar stond een massieve vergoeding tegenover. De vervoersbedrijven kregen ruimschoots compensatie voor hun exploitatieverliezen, tot 95 procent van hun omzet. Dat kwam neer op zo’n 370 miljoen euro per kwartaal, 1,5 miljard euro in 2020. Voor dit jaar gaat het om eenzelfde bedrag. Lege bussen en dunbevolkte treinstations werden op de koop toe genomen.

Lees welke versoepelingen naast het aangepaste reisadvies op woensdag 19 mei nog meer ingingen

2 Wat blijft er over zonder die coronasteun?Zonder substantiële passagiersgroei veel minder openbaar vervoer. Minister Wopke Hoekstra van Financiën (CDA) nam daar in februari na bekendmaking van de NS-jaarcijfers al een voorschot op. „Deze dienstregeling is dan niet meer vol te houden”, zei hij in reactie op het recordverlies van 2,6 miljard euro dat NS vorig jaar leed, ondanks de staatssteun van 818 miljoen euro. „Dan moet de NS met minder treinen gaan rijden”, zei Hoekstra. De staat is enig aandeelhouder van NS.De exploitatie van het hoofdrailnet blijft tot eind 2024 verlieslatend, verwacht NS. Interne bezuinigingen moeten in diezelfde periode 1,4 miljard euro opleveren. Planners en rekenmeesters van NS zoeken daarnaast naar mogelijkheden om ook in de dienstregelingen te snoeien, nu de coronasteun volgend jaar verder wordt afgebouwd.Andere vervoersbedrijven maken intern dezelfde rekensommetjes. Dat gebeurt op het platteland in Friesland of Drenthe, maar ook in de grote steden maken de rekenmeesters van GVB, RET en HTM de balans op voor de dienstregelingen vanaf komend najaar. In Friesland dreigt tot zo’n 13 procent van het openbaar vervoer te verdwijnen. In Groningen gaat het tot 8 procent, in Noord-Holland tussen de 10 en de 17 procent. De regio Amsterdam telde voor de coronacrisis meer dan een miljoen instappers per dag. Dat zijn er nu zo’n 400.000. Zonder coronasteun loopt Amsterdam volgend jaar tegen een tekort van 147 miljoen euro aan. Voor de periode 2022-2030 gaat het om een tekort van 1,18 miljard euro. In de krimpscenario’s wordt rekening gehouden met die tekorten: minder bussen en trams, metro’s die minder vaak, of zelfs helemaal niet rijden. In het ergste geval dreigt het scenario waarbij het openbaar vervoer met tientallen procenten krimpt. In Rotterdam is het beeld niet veel rooskleuriger.3 Zijn die krimpscenario’s nog te voorkomen?Veel hangt af van de passagiers. Als die weer, net als voor de coronacrisis, massaal de weg naar het openbaar vervoer weten te vinden, is de ergste kou uit de lucht. Dan hebben de grootste vervoersbedrijven hun verdienmodel weer terug. Maar niemand weet of dat gaat gebeuren. Verantwoordelijk staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat, D66) wil in juli van alle vervoersbedrijven weten hoeveel zij vanaf 2022 nodig hebben om maatschappelijk verantwoord openbaar vervoer in stand te houden. Het voorkomen van massaontslag, het schuldenvrij houden van de vervoersbedrijven én het voorkomen van verschraling van het openbaar vervoer zijn daarbij de uitgangspunten, liet zij woensdag in overleg met de fractiespecialisten in de Tweede Kamer weten. De rekening van wat de vervoersbedrijven nodig hebben, komt waarschijnlijk op het bordje van een volgend kabinet.

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *