Wat heeft 20 jaar Afghanistan Nederland gebracht




Stofwolken, bruinrood zand tot aan de horizon. Lemen huizen, mannen met tulbanden en gesluierde vrouwen, met nieuwsgierige kinderen aan hun stoffige rokken. Maar ook: rijen met tanks, apache-helikopters en zwaarbewapende militairen. Het zijn beelden uit Afghanistan, die tussen 2006 en 2010, toen Nederland met een grote missie naar Uruzgan trok, met grote regelmaat op tv werden uitgezonden. In die tijd hadden veel Haagse politici De Vliegeraar van de Amerikaans-Afghaanse schrijver Khaled Hosseini op hun nachtkastje liggen, een boek dat bol staat van stammenstrijd, islamitische geloofsregels en vrouwenonderdrukking in Afghanistan. De beelden uit het land werden door Kamerleden als Bijbels ervaren. Niet positief, maar in de zin van: primitief, ongerept en ruig, alsof de tijd tweeduizend jaar had stilgestaan.De beelden waren bepalend voor het idee dat in Nederland over Afghanistan bestond: een land met een haast middeleeuws ontwikkelingsniveau, schuilplaats voor terroristen ook, met een bevolking die snakte naar bevrijding, democratie en westerse normen en waarden. Er werd ook een dringend beroep op Nederland gedaan, door de VS en de NAVO. De angst zat er goed in, met behalve in New York grote aanslagen in Madrid (2004, 191 doden) en Londen(2005, 56 doden).Op 11 september 2021, twintig jaar na de aanslagen in New York die deze eeuw tot op de dag van vandaag bepalen, trekt de NAVO al haar troepen terug uit Afghanistan. Zo komt een eind aan de langste oorlog uit de Amerikaanse historie, en sluit ook Nederland een hoofdstuk af. De eerste Nederlandse militairen streken in 2002 neer in Afghanistan, op dit moment zijn er 230 militairen in het land, die zich in september zullen terugtrekken.Het roept de vraag op wat Nederland in Afghanistan heeft bereikt. Wat blijft over van ‘onze’ prestaties als de laatste buitenlandse militair het licht uit doet? Zou Nederland weer zo’n missie uitvoeren, als een belangrijke bondgenoot er om vraagt?Politiek-diplomatieke resultatenDe balans opmaken van een militaire missie is altijd lastig, zegt Joris Voorhoeve, tussen 1994 en 1998 minister van Defensie voor de VVD in het eerste Paarse kabinet. „Je moet het niet alleen hebben over aantallen doden, tanks, gebouwde scholen of wegen die zijn aangelegd en wat het kostte. Een missie levert ook belangrijke dingen die moeilijk meetbaar zijn of niet in geld uit te drukken zijn. Nederland heeft zich in Afghanistan militair van een uitstekende kant laten zien; daar is internationaal veel respect voor, nog steeds.” Voorhoeve parafraseert een aan Einstein: toegeschreven uitspraak: ‘Wat je kunt tellen, telt niet. En wat je niet kunt tellen, telt écht’. Voor de eigen veiligheid heeft Nederland goede bondgenoten nodig, dus moet het zelf een goede bondgenoot zijn, en hulp bieden als daarom wordt gevraagd. „Je kunt niet zeggen: als er een overwinning te vieren valt, sturen we wel een muziekcorps.”„Je moet laten zien dat je niet alleen de kosten wilt delen, maar ook de risico’s”, zegt Mart de Kruif, voormalig commandant der landstrijdkrachten. „Anders word je gezien als Trittbrettfahrer, zoals de Duitsers dat zeggen. Als meelifter.”Voor De Kruif: gaat het inzetten van militairen ook over normen en waarden. „Er is altijd een moment dat je moet zeggen: hier sta ik voor en ik ben bereid daar de prijs voor te betalen.” Hij wijst op de langdurige vrede in Europa en de grote rol die de VS al 80 jaar spelen. „Wij denken dat dit vanzelfsprekend is, dat is het niet. Als die bondgenoot na 9/11 zelf om hulp vraagt, zeg je uiteraard ja.” Ook militair Mirjam Grandia, die promoveerde op een onderzoek naar de besluitvorming over Uruzgan, ziet een roep om hulp van een belangrijke bondgenoot als „een legitieme reden” op missie te gaan. Alleen, zegt zij, worden zulke geopolitieke redenen door politici vaak niet benoemd. „In plaats daarvan worden grote woorden gebruikt over wederopbouw, terwijl dat maar een deel van het verhaal is. Daarmee nemen politici de Nederlandse bevolking ook niet serieus.”Haagse realiteitGrandia wijst op de „Haagse realiteit” die in complexe besluitvorming over oorlog kan domineren. „Partijpolitieke belangen spelen vaak een grote rol in de beslissing militair te interveniëren of niet. Of partijen er kiezers mee behouden, is belangrijker dan of een beslissing bijdraagt aan een goed buitenlandbeleid.”Ter illustratie wijst ze erop dat de fundamentele vraag waarom Nederland zou moeten deelnemen aan de oorlog in Afghanistan nauwelijks werd gesteld in de Tweede Kamer. „De discussie ging alleen maar over hoe de Nederlandse bijdrage eruit zou moeten zien. Door veel nadruk te leggen op mensenrechten – doet het vaak goed bij kiezers – zonder de vraag of dat op dat moment het meest prangende probleem in Afghanistan was.”Met die ‘Dutch-approach’, inzetten op het winnen van de hearts en minds van de lokale bevolking, een strategie die ook door andere mogendheden werd gebruikt,verkocht Nederland de missie als een „superieure manier van oorlogsvoering”, zegt Grandia. En deed alsof dat de enige manier was waarop de Nederlanders te werk gingen, „terwijl er in de praktijk ook gewoon keihard werd gevochten.” Voor haar proefschrift sprak ze ook met oud-BZ-minister Ben Bot (CDA). Hij noemde de sterke nadruk op soft power „een goed sausje om de missie mee door de Tweede Kamer te krijgen”.Afghanistan was in 2001 een van de minst ontwikkelde landen ter wereld. Het had een reeks staatsgrepen achter de rug, een Russische invasie en meerdere burgeroorlogen – ontwikkelingen die de weg hadden gebaand voor de opkomst van de radicale islamgroepering Taliban. Onder dat bewind werden streng religieuze wetten ingevoerd en konden meisjes nauwelijks naar school. Jorrit Kamminga komt sinds 2005 jaarlijks in Afghanistan, werkte voor diverse ontwikkelingsorganisaties. Terugblikken op wat Nederland bereikte, noemt de Clingendael-expert „kijken door een rietje”, gezien de vele andere landen die er militair actief waren. „Veel ontwikkelingsprojecten die Nederland opzette, hadden vooral militaire stabiliteit tot doel. Vanwege het kortetermijndenken kun je stellen dat veel van wat de internationale gemeenschap is begonnen, is mislukt.”Toch ziet Kamminga, die werkt aan een boek over twintig jaar Nederland in Afghanistan, wel ontwikkeling. „Op het gebied van vrouwenrechten of de toegang tot onderwijs en gezondheidszorg kun je zeggen dat het glas halfvol is. Er kan nu beduidend meer dan twintig jaar geleden.” Alleen: „Veel resultaten zijn onzichtbaar, niet te vertalen in meetbare dingen, zoals wetten of scholen.”De onderzoeker spreekt van een verbeterde „uitgangspositie”. „Er is geïnvesteerd in honderdduizenden individuele Afghanen, in organisaties en instituties. Als je gaat meten wat die organisaties nu doen, zul je niet veel vinden. Maar mensen hebben meer kennis en toegang tot informatie, tot ideeën over democratie of ontwikkeling. Dat zijn mensen die mogelijk voor verandering gaan zorgen.”Grandia is sceptisch. „Afghanistan kent ook een grote diaspora, hoogopgeleide mensen die de afgelopen jaren terugkeerden naar hun land om er hun steentje bij te dragen. Soms proef ik wel wat westerse arrogantie, want: in hoeverre is dat een Nederlandse verdienste?” Nederland wil volgens haar graag laten zien dat er veel goed werk is gedaan, zoals het organiseren van verkiezingen. „Maar je kunt het ook omdraaien: wat heeft dit Afghanistan opgeleverd? Dat warlords nu democratisch zijn gekozen in het parlement.” Dit geldt ook voor de legitimering achteraf. „Tijdelijk en plaatselijk hebben we echt een verschil kunnen maken. Ik heb er zelf ook goede ervaringen opgedaan”, zegt Grandia, die er in 2004 en in 2006 diende. Dat is precies het probleem, zegt ze. „Die individuele militaire ervaringen van ‘goed doen’ en ‘we hebben schooltjes gebouwd’ lijken de maatstaf te zijn geworden voor de resultaten die Nederland heeft geboekt. Maar dat is iets anders dan de fundamentele vraag wat twintig jaar Afghanistan ons heeft gebracht.”Voorhoeve maakt zich zorgen over het vertrek van buitenlandse troepen, en de gevolgen die dat kan hebben voor de regering in Kabul, én voor Afghaanse vrouwen en meisjes. Dat alles teruggedraaid kan worden, gelooft hij niet. „Veel Afghanen hebben ervaren dat het leven heel anders kan zijn. Dat is een waakvlam die moeilijk zomaar uit te blazen is.”Ook De Kruif vindt de balans ‘humanitair’ positief. „We hebben de neiging snel te vergeten hoe het was, er werden vrouwen gestenigd omdat ze overspel hadden gepleegd. De kindersterfte was hoog, vaccinatiegraad tegen polio laag. Die successen laten zich niet zomaar wegpoetsen.” Militaire successenIn Uruzgan kwamen 25 Nederlandse militairen om. Voor niets? Nu de buitenlandse troepen zich terugtrekken en Afghanistan een onzekere toekomst tegemoet gaat, wordt die vraag weer gesteld. Er is geen simpel antwoord op te geven, zegt De Kruif. Hij wijst op de Canadese geallieerden die Nederland bevrijdden. „Zij wonnen, maar wat is winnen als hier 5.000 Canadezen liggen begraven?” Voor De Kruif was het om een paar simpele redenen al een zinvolle missie: „We zijn een goede bondgenoot geweest toen om ons hulp werd gevraagd, we hebben Al-Qaeda in het defensief gedrukt.” Dat het eindresultaat mogelijk tijdelijk is, of minder indrukwekkend dan gehoopt, doet daar wat hem betreft niets aan af. Volgens Voorhoeve was de missie voor de Nederlandse krijgsmacht van groot belang. „Het is belangrijk niet alleen te oefenen op de parkeerplaats thuis. Onderofficieren met gevechtservaring zijn de ruggengraat van een krijgsmacht.” De Kruif: „Je leert heel veel bij zo’n operatie: kennis, vaardigheden, leiderschap. Het maakt deel uit van je institutioneel geheugen.” De Kruif wijst op de ramp met de MH17, toen een militair plan moest worden opgesteld voor het geval Nederland geen toegang zou krijgen tot het rampgebied. „Het bleek gelukkig niet nodig, maar de staf die de planning deed, bestond uit 50 mensen met ervaring in Afghanistan.” Ook bij de huidige pandemie werden Afghanistan-veteranen ingezet om de patiënten-spreiding snel te organiseren.Volgens Grandia heeft deelnemen in Afghanistan Nederland een aantal dingen opgeleverd: een betere positie binnen de NAVO, een betere relatie met de VS en een herwaardering van de Nederlandse krijgsmacht. „En hoe cru ook, in Afghanistan heeft Nederland het trauma van Srebrenica van zich kunnen afschudden, door te tonen dat we ons staande konden houden in een high-intensity war.” Maar: „Ook over wat we niet hebben bereikt, zou veel opener moeten worden gesproken.” Zou Nederland het weer zo doen?Een balans wordt vaak opgemaakt om te kijken of er lessen te trekken zijn. Met het idee, uiteraard, dat het de volgende keer beter gaat. Hier wringt de schoen, zegt De Kruif. De bezuinigingen op defensie in de afgelopen tien jaar hebben er zo ingehakt, dat Nederland een operatie zoals die in Uruzgan nu niet meer van de grond zou krijgen. Donderdag werd bekend dat een fregat niet meer kan uitvaren wegens een tekort aan personeel. „We kunnen dit niet meer.” Hoe erg is dat? Veel politieke animo voor grote militaire missies lijkt er al jaren niet meer te zijn. Het kabinet Balkenende IV viel in 2010 over de verlenging van de Uruzgan-missie. Wat volgde was een politietrainingsmissie in Kunduz en veel andere kleinere missies: F16’s boven Irak, militaire trainers in het land zelf, patrouilles in de Sahel, een marineschip in de Straat van Hormuz. Nooit meer zoiets als Uruzgan: in totaal werden bijna 30.000 militairen uitgezonden.De Kruif vindt dat problematisch, al is het maar omdat de wereld er niet veiliger op is geworden. Het gevaar is nu zelfs veel dichterbij dan Uruzgan: in het oosten van Oekraïne, waar de Russen op dit moment honderdduizend manschappen aan de grens hebben gestationeerd. Of in het noorden van Afrika, waar terroristische groeperingen landen destabiliseren en vluchtelingenstromen veroorzaken. „We voelen ons in Nederland behoorlijk veilig. Brandhaarden lijken ver bij ons vandaan. Dat zijn ze niet”, waarschuwde ook generaal Onno Eichelsheim vorige week in de Ridderzaal bij zijn benoeming tot Commandant der Strijdkrachten. „De naïviteit en overtuiging dat het ons niet raakt, moeten we echt ver achter ons laten.” Volgens Eichelsheim moet er vier miljard euro bij om afspraken met bondgenoten na te kunnen komen en geloofwaardig te blijven, een toekomstvisie over defensie sprak eind vorig jaar zelfs van jaarlijks 13 tot 17 miljard euro extra. Nee blijven zeggen, is onverstandig, zei Eichelsheim. „Het betekent dat je de oorlog uiteindelijk verliest, omdat je de dreiging negeert en nee zegt tegen vrijheid.”

Lees ook: Rechtszaak over militaire actie in Uruzgan

Extra militairen voortijdig naar Afghanistan vertrokken
Tachtig extra militairen zijn woensdagavond al naar Afghanistan vertrokken, om bij te dragen aan de NAVO-missie. Dat is een dag eerder dan gepland en was nog voor de Tweede Kamer donderdag over hun vertrek kon debatteren. De militairen zouden eigenlijk donderdag vertrekken, maar „op het laatste moment” bleek dat die vlucht niet door kon gaan omdat er geen overvliegvergunning werd verleend. Vanwege de dreigende veiligheidssituatie in Afghanistan achtten de bewindspersonen een tijdig vertrek noodzakelijk.Kamerleden spraken hun onvrede uit over deze „onaangename verrassing” over het besluit, dat hun op woensdagavond om 23.00 uur per brief werd medegedeeld. Verschillende Kamerleden verwezen naar het vertrouwen tussen Kamer en kabinet dat op dit moment al broos is en ook op andere terreinen tot spanningen leidt.Demissionair ministers Ank Bijleveld (Defensie, CDA) en Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) zeiden de reactie van de Tweede Kamer te begrijpen en het besluit te betreuren. Maar volgens de bewindspersonen was er geen andere mogelijkheid. De militairen zouden pas zijn vertrokken ná het versturen van de Kamerbrief, waardoor de Kamer feitelijk vooraf is geïnformeerd.Bijleveld wees erop dat er al een mandaat is voor militaire activiteit in Afghanistan tot eind 2021. Er zijn al 160 militairen actief, het gaat nu om een uitbreiding om de NAVO te ondersteunen bij het terugtrekken van alle troepen. Formeel hoeft de regering geen toestemming aan de Tweede Kamer te vragen voor het uitzenden van militairen, maar is het wel goed gebruik om het pas te doen bij voldoende draagvlak.

Nieuwsbrief
NRC De Haagse Stemming

Volg de formatie op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *