Ze zijn nieuw en stomverbaasd over de ‘zandbak’ Tweede Kamer




Voor Sylvana Simons van BIJ1 is de Tweede Kamer soms als „de tax free zone op Schiphol”. Laurens Dassen van Volt heeft het over „een wereld in een wereld”. En Caroline van der Plas van de BBB doet de Tweede Kamer soms denken aan een „zandbak”. Alle drie werden ze in maart voor het eerst gekozen in Tweede Kamer, alle drie met een partij die niet eerder landelijk vertegenwoordigd was – JA21-voorman Joost Eerdmans zat begin deze eeuw al voor de LPF in het parlement. En alle drie verbazen ze zich over de afstand die ze voelen met de wereld búiten het Binnenhof. De verschillen tussen hun partijen zijn groot. Toch vinden de drie elkaar geregeld. „We maken alle drie als nieuwkomer dezelfde ontdekkingsreis”, zegt Simons. In de plenaire zaal zit zij naast Dassen, en dus spreken ze elkaar vaak, zegt hij. Ze dienden samen al een motie in om de hele coronabestrijding van het kabinet te veranderen. Daarmee, vinden Dassen en Simons, bewezen ze de waarde van de nieuwkomer: door te bevragen wat volgens hen amper meer bevraagd werd in de Kamer. Van der Plas valt onder meer op doordat ze in debatten heel vaak haar verbazing uitspreekt over de mores op het Binnenhof. Maar hoe behoud je die authenticiteit? Hoe blíjf je de politicus en de partij die kiezers in eerste instantie aantrok?
Sylvana Simons, BIJ1: ‘Wij zijn een koevoet in het systeem’
Foto Bart Maat

Sylvana Simons zat donderdag bij het debat over het ‘testen voor toegang’ toen ze dacht: wat doen we hier eigenlijk? Caroline van der Plas van BBB maakte er een opmerking over, Simons vond het ook. „De uitkomst van het debat stond al vast, de wet zou aangenomen worden en een amendement van D66 en PvdA over het schrappen van de eigen bijdrage was al uitonderhandeld. Wat doet zo’n debat er dan nog toe?”
Het is, zegt Simons, haar grootste verbazing na bijna zeven weken Kamerlidmaatschap: hoeveel al vastligt. „Veel is dichtgetimmerd voordat het debat plaatsvindt. Het hele dualisme is dan weg.” Ze vindt het een voorbeeld van de „toxische relatie” tussen kabinet en parlement. „De Kamer onderhandelt over details, terwijl het moet gaan om de strategie: het gaat er niet om dat het toegangstesten gratis wordt, maar dat we veel geld gaan uitgeven aan iets dat we niet moeten willen. Succes betekent hier dat je als Kamer regelt dat de avondklok een halfuurtje later kan ingaan. Nee! Dat is geen succes.” Zó wil Simons, die met één zetel BIJ1 vertegenwoordigt, het niet gaan doen.
Hoe wel?
„We zitten hier niet om moties binnen te halen, maar om het discours te veranderen. Daarom waren die eerste, grote debatten over de Toeslagenaffaire een cadeautje voor ons. Het ging over ideologie, over de cultuur hier. Daar konden we helemaal onze punten maken. Socioloog Willem Schinkel zei vorig jaar dat de taak van BIJ1 moet zijn om te irriteren. Dat betekent niet dat we de hele dag boos door de Tweede Kamer lopen, het is irriteren op een goede manier. We kiezen de departementen waar het volgens ons fout gaat en laten de fouten zien. Ik heb niet de illusie dat ik op financiën veel kan betekenen. Wél bij justitie, als het bijvoorbeeld gaat over discriminatie en politiegeweld. Wij zijn een koevoet in het systeem. De uitdaging is om dat te blijven.”
Hoe blijf je als anti-systeempartij buiten het systeem?
„Ik sta op de schouders van een grote groep kiezers, van groepen die gemarginaliseerd zijn in de samenleving. Zij houden mij scherp. En onze leden zijn, hoe zeg ik dat, mondig. Ik realiseer me dat ik de komende jaren vaak alleen zal staan in de Kamer, maar ik weet hoe dat is. Eigenlijk sta ik mijn hele leven al alleen. Ik heb altijd moeten vasthouden aan een identiteit in een omgeving waar daar eigenlijk geen ruimte voor is. Dus ik maak me er niet zo’n zorgen over.”
Heeft u daarin een voorbeeld?
„Absoluut: de Partij voor de Dieren. Die is hier ook klein begonnen, met een verhaal waar de wereld nog niet klaar voor was. En hun partijleider Esther Ouwehand is voor mij écht een voorbeeld. Als zij spreekt, luister ik. Hoe zij debatten voert, interrupties maakt, dan denk ik: ja, als ik dat over vijf jaar ook kan… En ze geeft mij soms feedback op debatten.”
Zo zijn er meer Kamerleden die Simons soms collegiaal advies geven. Laatst nog kwam Gert-Jan Segers van de ChristenUnie naar haar toe. „Ik wilde twee debatten tegelijk doen, vertelde hoe ik dan tussendoor heen en weer zou rennen. Toen zei hij: ‘Sylvana, laat me je één advies geven: doe het niet. Want dat houd je niet vier jaar vol.’ Dat was een goede tip. Ik heb de laatste weken al vaker een nacht doorgehaald dan in de afgelopen tien jaar bij elkaar.”
In debatten valt Simons op door haar scherpe interrupties. Vorige maand vond premier Mark Rutte Simons „geïrriteerd” toen ze doorvroeg over het aantal Nederlanders met immuniteit voor het coronavirus – hij wist het niet. Een „psychologische overwinning”, zegt ze. „Het was een cadeautje dat hij zo reageerde, want het maakte voor heel veel mensen duidelijk hoe het gebeurt, seksisme in de politiek. De keizer stond zonder kleren. Terwijl die keizer hier wél heel veel aanzien heeft.”
Caroline van der Plas, BBB: ‘Zet iedereen door elkaar’
Foto Piroschka van de Wouw
De Tweede Kamer, zegt fractievoorzitter Caroline van der Plas van de BoerBurgerBeweging (BBB), was ineens een zandbak. „En Mark en Hugo wilden Caroline eruit pesten.”
In een coronadebat, twee weken geleden, noemde eerst Mark Rutte haar partij „triple B”. Daarna Hugo de Jonge. Ze vonden het heel grappig. „En ik had net daarvoor een heel betoog gehouden”, zegt Van der Plas nu. „Dat ze moesten ophouden met hun minachtende houding tegenover de Kamer.”
Bij de interruptiemicrofoon eiste ze dat De Jonge het terugnam en haar partij nooit meer zo zou noemen. „Hij zei: ‘Ik zie hier staan: BoerBurgerBeweging. Drie keer B.’ Toen ik ging zitten zei ik tegen Wybren van Haga (FVD): ‘Ik ben zo kwaad, zo kwaad. Als hij hier voor me stond was ik in staat geweest om hem een klap in zijn gezicht te geven.’ Maar misschien is het een menselijk mechanisme, en in de dierenwereld zie je het ook: dat je als nieuweling je grenzen moet aangeven voordat je wordt geaccepteerd in de groep.”
En dat werkte?
„Na het debat was De Jonge meteen weg. Rutte riep sorry en kwam dat daarna nog een keer zeggen. Hij zei: ‘Ik bén geen eikel.’ Dat had ik ook niet gezegd. Ik zei dat ik publiekelijk excuus wilde en in het debat erna heeft hij dat gedaan. Dan is voor mij de kous af.”
Zit u goed in de debatzaal, tussen FVD, PVV, CDA?
„Ik zou het liefst hebben dat alle partijen door elkaar heen worden gegooid. Dat heb ik voorgesteld aan informateur Tjeenk Willink. De fysieke polarisatie is er bij ons al omdat de rechtse partijen rechts zitten en de linkse links. Wij zijn hier tussen geplaatst maar wij kunnen overal zitten: we hebben linkse standpunten en ook rechtse. Nu heb ik, puur omdat dat makkelijker is, meer contact met PVV-mensen en FVD-mensen. Dus ik hoor soms dat ik sta te ‘smoezen’ met die partijen, maar dan vraag ik bijvoorbeeld gewoon aan Wilders hoe je een hoofdelijke stemming moet aanvragen.”
Maakt het verder nog uit dat u daar zit?
„Voor mij niet. Als een motie goed is, steun ik die. Zonder aanziens des partij’s. Ik ben wel echt blij met de nieuwe partijen. Die kijken, al klinkt het cliché, met een frisse blik naar dingen. Dat zie ik vooral bij BIJ1 en JA21. Minder bij Volt. Die schurkt al een beetje tegen D66 aan.”
Met wie heeft u de afgelopen tijd al koffie gedronken om kennis te maken?
„Nog met niemand. Ik er nog geen tijd voor gehad. Maar ik heb allerlei afspraken in de lucht hangen. Met Jesse Klaver, de Partij voor de Dieren. Thierry Baudet heeft me al een paar keer gevraagd, maar daarvan denk ik: dat komt wel, we zitten al dicht bij elkaar in de Tweede Kamer. Ik ga liever bij de unusual suspects koffie drinken. Ik wil weten hoe GroenLinks aankijkt tegen de landbouw, en hoe zij naar ons kijken.”
Waarom is dat belangrijk?
„Ik wil graag dat de valse beeldvorming over ons verdwijnt: dat wij een boerenpartij zijn die alleen voor de machtige vleeslobby in de Kamer zit. Ik wil graag vertellen waarom wij voor het platteland op komen. En ik heb zelf een beeld van Klaver, dat hij het land wil volplempen met zonneparken en biomassacentrales. Misschien moet ik dat bijstellen, of hij bevestigt het. Dan weet je dat van elkaar.”
Bent u al de politicus die u wilt zijn?
„Dat denk ik wel. Over vier jaar moet je dat nog eens vragen. Ik ben veel in de media, maar ik wil ook inhoudelijk veel bereiken. Een wetsvoorstel maken waardoor er echt iets verandert voor het platteland. Of dat de boeren meer waardering krijgen. Of dat er wet- en regelgeving is verdwenen.”
Laurens Dassen, Volt: ‘Het gaat hier helemaal niet over Europa’
Foto Bart Maat
In het Tweede Kamergebouw waren bij GroenLinks, dat zes van de 14 zetels kwijtraakte, kamers over. In een van die kamertjes zit nu Laurens Dassen, fractievoorzitter van de Europese partij Volt die met drie zetels voor het eerst in de Tweede Kamer kwam. Op de begane grond, met uitzicht op Het Plein. Aan de muren hangen nog draden van schilderijen die zijn weggehaald.
Ze zijn vriendelijke buren, zegt Dassen over de GroenLinks-Kamerleden verderop in de gang. „‘Als jullie willen’, zeiden ze, ‘kunnen we samen zitten om van alles uit te leggen.’” Volt-Kamerlid Marieke Koekkoek praatte al een keer lang met Tom van der Lee van GroenLinks. Dassen zelf vroeg ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers om advies. „Dat was een heel fijn gesprek.”
Waarom koos u Segers?
„Ik had positieve verhalen over hem gehoord. De manier waarop hij in de politiek staat vind ik authentiek en constructief. Ik zie hem als een voorbeeld, al verschillen we inhoudelijk. Ik heb hem gevraagd hoe hij dingen aanpakt, hoe je je keuzes maakt als kleine fractie, en hoe je authentiek kunt blijven. Dat je vasthoudt waarvoor je in de Tweede Kamer bent gekomen. Voor ons is dat: hoe zorg je ervoor dat je het Europese geluid blijft agenderen en verkondigen?”
Wat zei Segers?
„Dat je je moet blijven afvragen of je dat nog steeds doet. Dat je het daar onderling ook steeds over moet hebben. En hoe belangrijk het is om af en toe afstand te nemen van het Binnenhof. Ik had Segers in de campagne al leren kennen, we zaten samen bij Op1.”
We hoorden dat u na afloop vroeg: ‘Mag ik uw telefoonnummer?’
„Ja! Dat was ook al een leuk gesprek.”
Lukt het al: afstand nemen van het Binnenhof?
„We zijn net met onze fractie twee dagen in Noordwijk geweest om na te denken over onze thema’s en hoe we die kracht gaan bij zetten. Wat me het meest verbaast hier: het gaat helemaal niet over Europa. En het verbaast me ook weer niet. Het bevestigt waarom wij hier zijn met Volt. Ik ging de politiek in omdat ik me zorgen maakte over het groeiende nationale denken. We hebben het in debatten over corona, het klimaat, maar de link met Europa hoor je bijna niet. En de Toeslagenaffaire is in de eerste plaats verschrikkelijk voor de gedupeerden, maar het bepaalt ook het beeld van Nederland in Europa. Het geeft iemand als de Hongaarse premier Orbán een handvat om te zeggen: ‘Het is leuk en aardig wat jullie op mij aan te merken hebben, maar kijk ook eens naar jezelf.’”
In uw allereerste debat steunde u de motie van wantrouwen tegen Rutte. Vorige week, in het debat over de ministerraadnotulen, niet.
„Als je midden in de coronacrisis het héle kabinet naar huis stuurt, is dan je doel nog om het vertrouwen van mensen in de politiek te herstellen? Of wil je alleen maar zoveel mogelijk uit nieuwe verkiezingen halen? We zijn niet in de Tweede Kamer gekozen om met onszelf bezig te zijn, maar om mensen te vertegenwoordigen, hun problemen op te lossen en hun kansen vorm te geven.”
In een satirisch filmpje van Lucky TV, over de eerste bijeenkomst van fractievoorzitters na de verkiezingen, begroet u D66-leider Kaag. Zij zegt: ‘Doe mij maar koffie. Met suiker.’
„Ik heb er hard om gelachen. In onze tweede bijeenkomst (na de crisis over de onwaarheid van Rutte, red.) begon Rutte erover. Hij zei: ‘Heb je dat gezien, jij als ober? Zo grappig!’ Ik dacht alleen maar: heb jij daar tíjd voor, om daarnaar te kijken?’ Dat heb ik niet gezegd, nee.”

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *