Zo verliep de verkiezingsavond: liberale vreugde, links verdriet en radicaal-rechtse opmars




VVD
Opgelucht, dat de dalende trend zich niet doorzette
Was D66-leider Sigrid Kaag op de tafel gesprongen na de eerste exitpoll? Mark Rutte, zei VVD-campagneleider Sophie Hermans aan het begin van de uitslagenavond, „sprong op van de bank”. Rutte zat met zijn naaste medewerkers in de fractiekamer van de VVD.
Blij zijn ze daar zeker: de partij van de demissionaire premier blijft de grootste, ook na drie kabinetten-Rutte. Maar de VVD-top is vooral opgelucht. Ook uit de eigen peilingen bleek de afgelopen weken een dalende trend, en het kan riskant zijn om aan het eind van een campagne over te komen als een verliezer.
Die hele campagne had gedraaid om Rutte zelf, maar het succes van deze verkiezingen was volgens Hermans „een overwinning voor de hele VVD”. De lijsttrekker was weer gewoon premier geworden. Die wel meteen op zoek moet naar andere partijen om Rutte IV mee te vormen. In de wandelgangen van de VVD werd, naast D66 en CDA, vooral JA21 gezien als een serieuze optie – om aan extra zetels te komen in de Eerste Kamer. Daar halen VVD, D66 en CDA bij lange na geen meerderheid en Rutte, weten mensen om hem heen, gaat er niet meer zomaar van uit dat het daar wel goed komt. In Rutte II, met de PvdA, bleek het veel moeilijker om daar aan genoeg steun te komen dan Rutte en Diederik Samsom, toen PvdA-leider, hadden gedacht.
Rutte was de verkiezingsdag begonnen op het stembureau in de basisschool in Benoordenhout, Den Haag, waar hij zelf op zat als kind. De buitenlandse verslaggevers hadden vooral veel aandacht voor zijn fiets.
Op woensdagavond sprak hij als eerste de leden toe via YouTube. De kiezers hadden volgens hem ingezien dat de VVD het land door deze crisis kon helpen.
Met hém als leider – en zo had hij ook wekenlang campagne gevoerd. De verkiezingen moesten voor Rutte en de VVD niet te veel over inhoudelijke thema’s gaan, maar om Rutte zelf. In spotjes praatten mensen op straat naast een bordkartonnen Rutte over de premier als een aanraakbaare, maar degelijke leider.

Lees ook: Hoe team-Rutte de term ‘Rutte-doctrine’ liet verdwijnen

In de formatie ligt het voor de hand, zei Rutte woensdagavond, dat de VVD en D66 samen gaan praten over een coalitie. „Volgens mij wil iedereen zo snel mogelijk een nieuw kabinet.” Rutte zei dat hij daar „in alle bescheidenheid” zijn best voor zou gaan doen. Hij voelde zich „nederig” en vond het „een eer” dat hij „het voortouw” kon nemen.
Maar hoe bescheiden was hij te werk gegaan met zijn ‘herstelplan’ voor Nederland ná corona, nog voordat de formatie is begonnen?
Dat plan, vertelde hij op dinsdagavond aan NRC, had hij al eerder gemaakt en het bevat elementen van wat de VVD wil, maar het staat volgens hem ook vol met „goede ideeën” van andere partijen om uit de crisis te komen.
Rutte zei dat hij hoopte op zoveel mogelijk steun van de Tweede Kamer, en snel. Het plan kon dan het eerste hoofdstuk worden van een nieuw regeerakkoord.
Rutte: „Als ik daar [aan de formatietafel] zit, wordt dit mijn voorstel.” Zo probeert hij nu al de formatie naar zijn hand te zetten. Het laat zien hoe vanzelfsprekend de macht voor hem is geworden, na tien jaar premierschap.
Tegen de VVD’ers, op YouTube, zei hij na de exitpolls dat het „een mooie avond” was. „Maar nu weer hard aan het werk, er staat ons heel, heel, heel veel te doen.”

D66
Regeren is halveren, dat blijkt dit keer niet te gelden
Als woensdagavond om negen uur de exitpoll op het tv-scherm verschijnt, wordt er op één plek in de Tweede Kamer keihard gejuicht: de fractiekamer van D66. Er gilt een fractiemedewerker, er joelt een Tweede Kamerlid en even verderop, in het partijbureau van D66, kijken een paar kandidaat-Kamerleden bevroren naar het beeld. 27 zetels, meer dan ooit. In de loop van de nacht zal dat aantal teruglopen, naar 24 zetels donderdagochtend, maar het blijft dikke winst.
„Een krankzinnig avontuur”, citeert partijleider Sigrid Kaag woensdagavond D66-oprichter Hans van Mierlo – ze spreekt de pers toe vanuit de Hans van Mierlozaal op het partijbureau. „Absurd”, roept een woordvoerder naar een journalist. Een paar verdiepingen hoger klinkt opnieuw hard gejuich als Kaag het woord neemt – een echo van een uitslagenavond in een normale tijd.
Met de overwinning is gelukt waar D66 de afgelopen tijd op hoopte: momentum krijgen op het juiste moment. Het ging erom, was al vóór het begin van de verkiezingscampagne te horen in de campagnetop, als eerste progressieve partij in de peilingen boven de rest uit te gaan stijgen. Die partij zou dan een ‘vliegwieleffect’ kunnen krijgen onder progressieve kiezers, volgens opiniepeilingen een groep die pas op het allerlaatste moment een keuze voor een partij zou maken. De kunst, was de analyse, was om díe partij te zijn.
Woensdagavond lijkt het er, op basis van de exitpoll, nog op dat D66 het beste verkiezingsresultaat ooit gaat boeken: in 1994 haalde het onder Hans van Mierlo, aartsvader van de partij, 24 zetels. Donderdagochtend blijkt de partij toch niet boven dat resultaat uit te komen. Maar 24 zetels is in ieder geval beter dan de 19 zetels die D66 vier jaar geleden haalde onder Alexander Pechtold, toen het op één na beste resultaat in de 55-jarige geschiedenis van de partij.
Daar zag het lang niet naar uit. Sigrid Kaag, in 2017 naar Nederland teruggekeerd na een lange carrière binnen de Verenigde Naties om minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking te worden, gold binnen de partij lang als droomkandidaat. Kosmopolitisch, ervaren, een tikje apolitiek na de machtspolitieke jaren onder Pechtold. Zíj, dachten mensen in de partij al vroeg, moest worden wat toenmalig politiek leider Jan Terlouw in de jaren zeventig voor veel kiezers ook was geweest: het redelijke alternatief.
Maar toen ze in de zomer eenmaal was verkozen als lijsttrekker – bij het ontbreken van een serieuze uitdager was ze binnen de partij amper getest – had Kaag het moeilijk. In interviews leek ze weinig op de daadkrachtige, ervaren diplomaat die ze was. In de partij werd afgevraagd wat haar verhaal precies was.
Kandidaten die buiten de top tien vielen vreesden op een onverkiesbare plaats te staan. Begin dit jaar stond D66 in de Peilingwijzer, een gewogen gemiddelde van drie peilingen, op acht tot tien zetels. Daarmee leek het aloude adagium dat voor D66 ‘regeren halveren’ is opnieuw waarheid te worden.
Woensdag toonde D66, aldus Kaag in haar toespraak, dat het „als enige progressieve partij” lukte om „de afgelopen jaren echte invloed” te hebben. In het kabinet zette de partij zich in voor onder meer klimaatbeleid. Daar wil D66 ná woensdag mee verder, zei Kaag. „Het aanpakken van de klimaatramp kan niet meer wachten.”
De vraag is met wie D66 verder kan. „Wij willen progressiever, eerlijker en vooral groener. En dus ja, daarbij zullen we rekening moeten houden met onze partners”, zei Kaag.
Maar de natuurlijke, progressieve bondgenoten van D66 zijn de slachtoffers van Kaags zegetocht. GroenLinks ging volgens de prognose naar zeven, de PvdA bleef op negen. De aanname van D66 dat de grootste progressieve partij ook écht groot kon worden is uitgekomen, maar wel ten koste van partijen die de sociaal-liberalen in een nieuwe coalitie nodig kan hebben. Economisch staat de VVD van Mark Rutte dichtbij, maar die partij is veel minder ambitieus met klimaatbeleid. Dat geldt ook voor het CDA van Wopke Hoekstra. Die drie partijen zouden, afhankelijk van de einduitslag, misschien nog net een meerderheid in de Tweede Kamer kunnen halen, maar een formatie kan door die groene verschillen moeizaam zijn.
Sigrid Kaag wilde daar woensdagavond nog niet echt op vooruitlopen. Eerst feest, zei ze – voor de partij die in haar 55-jarige geschiedenis al zo vaak welhaast was doodverklaard en toch weer opkrabbelde.
Als partijleider Kaag uitgesproken is klinkt er, met een paar seconden vertraging, weer keihard gejuich van een verdieping hoger. Omdat gelukt is waar zo weinig mensen in geloofden: na regeringsdeelname bij verkiezingen Tweede Kamerzetels winnen.

PVV
Symbolisch pijnlijk verlies voor Geert Wilders
Geert Wilders moet na vier barre jaren opnieuw een teleurstelling slikken. De PVV verliest drie zetels in de Tweede Kamer en behoudt er zeventien, volgens de voorlopige tussenstand die donderdagochtend werd bekendgemaakt. Geen enorm verlies, maar de pijn is ook symbolisch: de PVV werd door D66 voorbijgestreefd als tweede partij van het land. „Ik had op meer gehoopt”, zei Wilders.
Sinds de gemeenteraadsverkiezingen in 2018, die voor de PVV teleurstellend verliepen, volgde klap na klap. Verdwenen uit het Europarlement bij verkiezingen in 2019 (na de Brexit kreeg PVV een zetel terug) en datzelfde jaar totaal overvleugeld door Thierry Baudet, die de grootste werd bij de Provinciale Statenverkiezingen.
Terwijl Baudet zijn aanhangers die avond bedwelmde met zijn Uil van Minerva-speech waarin hij een nieuw Nederland aankondigde, leek de heerschappij van Geert Wilders over de nationalistische rechterflank voorbij. Wilders was deemoedig, hij vond dat hij te weinig zichtbaar was geweest. Oud-partijgenoten voorspelden in die week het einde van de PVV. „Ik denk dat het binnen tien jaar afgelopen is met de partij”, zei Han IJssennagger, die acht jaar voor de PVV in de Provinciale Staten van Utrecht zat, tegen NRC.
Maar Forum voor Democratie rolde van ruzie naar ruzie en de PVV bleef stabiel oppositie voeren. Tijdens de coronacrisis ontpopte Wilders zich op momenten tot oppositieleider die de ernst van corona niet ontkende, maar wel kritisch was op het kabinet. De PVV voerde dit jaar ook veel meer campagne dan anders. Tv- en radiodebatten, interviews in kranten, soms zelfs wat lollige media-optredens: Wilders deed overal mee. Hij haalde er veel kiezers mee terug, al lijkt hij nog altijd last te hebben van Forum voor Democratie (dat won flink, met acht zetels volgens de prognose) en misschien ook van nieuwkomer JA21, afsplitsing van Forum (vier zetels volgens de tussenstand donderdagochtend).
De PVV is nog altijd de derde partij van het land, maar macht zal Wilders er niet mee verwerven. Nog voordat de stembussen sloten was duidelijk dat de PVV geen plek krijgt aan de formatietafel. In ieder geval de VVD en het CDA willen niet regeren met de PVV. Tijdens de vórige kabinetsformatie moesten ze daarvoor hun redenen opschrijven van de informateur. VVD-leider Mark Rutte schreef onder meer dat Wilders „stelselmatig bevolkingsgroepen beschimpt en beledigd” had. Dat is niet veranderd, bleek deze campagne. Wilders zei woensdagavond dan ook: „Ik denk niet dat er ruimte is voor ons. We worden de grootste oppositiepartij.”
Vier jaar geleden hoopte Wilders, na de verkiezing van Trump in de VS en de Brexit een nieuw symbool te worden van het cultureel conservatisme. Dat mislukte. De oppositie blijft over. Met vrijwel dezelfde Kamerleden, dezelfde standpunten. Met veel fans, maar zonder macht.

CDA
Zo’n verlies had het CDA niet verwacht
Dat het CDA geen zetels zou winnen, daar werd in de partij wel op gerekend. Maar dat het verlies zó groot zou zijn, dat is onverwacht en komt hard aan. Voorlopig lijkt het erop dat de partij, die de afgelopen regeerperiode negentien zetels in de Tweede Kamer had, daar vier van inlevert. Dat blijkt uit de voorlopige tussenstand bij het tellen van de stemmen donderdagochtend.
Alleen in 2012, nadat het CDA, samen met de VVD, in een gedoogconstructie had geregeerd met de PVV, scoorde de partij lager na de Tweede Kamerverkiezingen – met een uitkomst van dertien zetels.
De CDA-top kwam woensdagavond bijeen op de fractiekamer van CDA-fractievoorzitter Pieter Heerma: lijsttrekker Wopke Hoekstra en partijvoorzitter Rutger Ploum kwamen daar voor negen uur aan. Na de eerste exitpoll, waarin het CDA zelfs op veertien zetels uitkwam, was het doodstil rond de fractiekamer, waar door de oude plafonds wel te horen was hoe een verdieping hoger gejuicht en gejoeld werd bij D66 – die fors won volgens de polls. Het contrast was groot. Even na half tien, nog voor de tweede exitpoll, vertrok Ploum al telefonerend. Hij weigerde commentaar te geven op het verlies. Op het partijbureau in Den Haag zei campagneleider Raymond Knops dat hij zich wel eens beter had gevoeld. Wopke Hoekstra noemde de uitslag „teleurstellend”. „Ik ben hier verantwoordelijk voor. Ik geloof in leiderschap waarin je verantwoordelijkheid neemt voor dingen die niet goed gaan.” Maar ook: „De evaluatie is niet voor vanavond.” Het initiatief tot formeren laat hij in eerste instantie aan VVD en D66.
Woensdagmiddag waren CDA’ers in de top van de partij nog aan „het bidden en aan het hopen” dat de partij op zijn minst hetzelfde aantal zetels zou houden (negentien). Tot begin maart werd in het CDA nog gesproken over winst, er werd gehoopt op 20 of zelfs 25 zetels. Maar in twee weken tijd zag het CDA dat de campagne niet van de grond wilde komen en dat het Wopke Hoekstra maar niet lukte om te overtuigen. De afgelopen dagen klonk in de partij steeds luider onvrede over het campagneteam. Hoe had dit kunnen denken dat Hoekstra een realistisch alternatief zou zijn voor VVD-lijsttrekker Rutte, en waarom dacht het te kunnen concurreren met de liberalen op thema’s die kiezers vooral associëren met de VVD: economie en veiligheid?
Wat nu? In de partij zal met veel spanning worden uitgekeken naar 26 maart. Dan stelt de Kiesraad de definitieve uitslag vast en wordt duidelijk hoeveel stemmen afzonderlijke Kamerleden hebben gekregen.
Er zijn CDA’ers die er rekening mee houden dat Pieter Omtzigt, de nummer 2 van het CDA, meer voorkeursstemmen heeft gekregen dan lijsttrekker Hoekstra. Omtzigt liet de afgelopen weken al aan CDA’ers in de partijtop weten zich gepasseerd te voelen in de campagne. Hij heeft meermaals gedreigd zich af te splitsen.
De tegenvallende uitslag voor het CDA zal de discussie over het functioneren van partijvoorzitter Ploum weer doen oplaaien. De onvrede over hem is er al sinds de rommelig verlopen lijsttrekkersverkiezing in de zomer van vorig jaar. Als Ploum niet zélf zijn vertrek bekendmaakt, zo klinkt in de partij, dan zal dat tot gerommel leiden.
In het CDA wordt verwacht dat het verlies leidt tot een partijcommissie die zal onderzoeken hoe de verkiezingsnederlaag tot stand kwam – net zoals dat gebeurde na verkiezingsnederlaag in 2012.

Partij van de Arbeid
Zetelbehoud is voor PvdA allesbehalve een meevaller
Een gelijkspel dat voelt als een nederlaag. PvdA-lijsttrekker Lilianne Ploumen kan moeilijk verhullen dat de exitpolls en prognoses duiden op alweer een teleurstellende verkiezingsuitslag. Als de voorspellingen kloppen, blijft de PvdA steken op het laagterecord dat werd gevestigd na de historische verkiezingsnederlaag van 2017, toen de partij terugging van 38 naar 9 zetels.
Nu zijn het er weer 9. Daarmee is de PvdA de grootste linkse partij, maar dat is een wrange troost, gezien de zware verliezen die zowel GroenLinks (van veertien naar acht zetels) en SP (idem) hebben geleden. „Natuurijk had ik op meer zetels gehoopt”, herhaalt Ploumen in haar interviews op camera. Daarna geeft ze onder vier ogen toe dat haar verwachtingen niet al te hoog gespannen waren: „We stonden in de peilingen op 10 zetels.”
Lees ook: het interview dat NRC begin maart met Ploumen had. ‘VVD naar links? Trap er niet in.’
Het is dan al bijna middernacht, bijna drie uur nadat de eerste exitpoll is gepubliceerd. Al die tijd hebben Ploumen en partijvoorzitter Nelleke Vedelaar taal noch teken gegeven, hoewel ze al vanaf het begin van de avond aanwezig waren in het oude gebouw van de Volkskrant, tegenwoordig een hipsterhotel en flexwerkcentrum. Uit de gecontroleerde antwoorden die Ploumen geeft, blijkt dat ze goed heeft nagedacht over haar boodschap. Ploumen zegt dat ze de belangen van de kiezers die wél op haar partij hebben gestemd, zo goed mogelijk wil dienen. Ze laat ook doorschemeren kabinetsdeelname niet bij voorbaat uit te sluiten: „Wij kunnen verantwoordelijkheid nemen.”
Ploumen heeft niet veel tijd gehad om in beeld te komen bij de kiezer. Na gemor in de achterban over zijn rol in de Toeslagenaffaire moest lijsttrekker Lodewijk Asscher in januari plotseling terugtreden.
De nieuwe lijsttrekker Ploumen kreeg minder bijval dan haar D66-concurrent Sigrid Kaag, maar ze heeft consequent en overtuigend campagne gevoerd op ouderwetse sociaal-democratische thema’s zoals een forse verhoging van de AOW en het minimumloon. Ondanks het teleurstellende resultaat is Ploumen ervan overtuigd dat het thema sociale ongelijkheid hoog op de agenda zal blijven staan. Als we „uit deze coronatijd” komen, zegt de partijleider, is er veel te doen. „Er is de afgelopen tijd veel scheef gegroeid in Nederland. En het is mijn diepe overtuiging dat iedereen een gelijke kans moet krijgen.” De komende jaren zal de PvdA een „ideeënstrijd” voeren met liberale en rechtse partijen. Onder leiding van Ploumen, want aan opstappen denkt de partijleider niet. „Ik vind het eervol om te doen.”

SP
Vijfde verlies op rij komt als mokerslag voor de SP
Als partijvoorzitter Jannie Visscher van de exitpoll terugschakelt naar de SP-studio staan de gezichten bedrukt. De SP had op een klein verlies gerekend, maar dat de partij mogelijk bijna halveert in zetels – van veertien naar acht volgens de exitpoll van Ipsos – komt woensdagavond aan als een mokerslag. Donderdagochtend blijkt er volgens de voorlopige tussenstand toch weer een zetel bij te zijn gekomen, maar het verlies blijft groot.
„Mijn gevoel was veel beter”, verzucht campagneleider en Tweede Kamerlid Maarten Hijink woensdagavond vanuit het partijkantoor in Amersfoort waar een live-uitzending voor de leden wordt verzorgd. „Hoe kon dit nou gebeuren?” Eerder op de avond had Visscher de meekijkende SP-leden nog bedankt voor een „geweldige, flitsende campagne”. Ze bedankte de 78-jarige Nol uit Groningen, die 45 kilometer per dag in een SP-hoodie ging fietsen en de SP’ers uit Den Bosch die 11.000 flyers hadden verspreid. Aan hen had het niet gelegen. Maar na de exitpoll moest Visscher concluderen dat „dit niet is wat we hadden gehoopt”.
Het verlies van de SP is de vijfde verkiezingsnederlaag op rij sinds 2015 en, als de prognoses kloppen, het slechtste resultaat bij de Tweede Kamerverkiezingen sinds 1998. De uitslag is ook een stuk slechter dan de opiniepeilingen de laatste dagen hadden voorspeld, waarin de SP nog 11 tot 12 zetels kreeg. Met zo’n aantal had de SP-partijtop nog kunnen zeggen dat het verlies relatief gezien meeviel ten opzichte van de klappen van de vorige verkiezingen.
De nieuwe grote nederlaag komt extra hard aan omdat bij de SP het gevoel leefde dat de campagne best goed verlopen was. Dat gaf de hoop dat de slechtste jaren voor de partij, met op het dieptepunt zes tot acht zetels in de Peilingwijzer, achter de rug waren. SP-lijsttrekker Lilian Marijnissen deed de reeks tv-debatten in de campagne scherp en soepel, daarover waren vriend en vijand in politiek Den Haag het eens. VVD-lijsttrekker Mark Rutte noemde Marijnissen zelfs „een prachtcollega”. Het voelt na deze uitslag voor de SP als een kus des doods.
De SP was voorafgaand aan de uitslag ook optimistisch over het feit dat typische SP-thema’s als zorg, economie en wonen in de campagne uitgebreid aan bod waren gekomen. Na presentatie van de exitpoll zei lijsttrekker Lilian Marijnissen tegen de NOS toch weer dat de coronacrisis een „hele dominante factor” was geweest in de campagne. Dat leek op het excuus ‘het ging niet over onze thema’s’ dat de partijtop de laatste jaren steeds had gebruikt om nederlagen te verklaren. Terwijl de SP dit jaar extra kansen had door de grote inzet van Kamerlid Renske Leijten bij het aan het licht brengen van de Toeslagenaffaire. Ook daarvan weet de partij niet te profiteren.
Het geeft een droevige balans: ondanks vier jaar van harde oppositie tegen een centrumrechts kabinet is de SP door de kiezer hard op de vingers getikt. Bij de partij wezen ze woensdagavond direct naar de coronacampagne, die minder fysiek was en daarom een nadeel omdat SP’ers altijd massaal langs de deuren gaan. Het was voor haar partij „een gemankeerde campagne” geweest, zei Marijnissen.
Toch lijkt er veel meer aan de hand bij de SP, die de afgelopen jaren structureel verkiezingen en leden heeft verloren en vooral met zichzelf bezig was. Er waren openlijke conflicten over de volgens kritische leden te rechtse en al te constructieve en parlementaire koers van Marijnissen. Ook was er dit najaar, vlak voor de verkiezingen, een openlijke breuk met jongerenafdeling Rood, tot verdriet van veel SP’ers.
In de campagne zei Marijnissen steeds dat haar partij graag eens wil regeren. Die ambitie kan waarschijnlijk de ijskast in: voor de SP rest vermoedelijk niet veel meer dan wonden likken in de oppositie. Dat beaamde Marijnissen woensdag zelf ook. De vraag is of haar positie ter discussie komt, het is haar vierde verkiezingsnederlaag op rij. Zelf wil ze graag blijven, zei ze tegen de NOS. „Ik ben heel optimistisch over onze kansen voor de toekomst”, aldus Marijnissen. Het bleef volstrekt onduidelijk waar dat gevoel op is gebaseerd.

GroenLinks
Ambities ver weg na afstraffing door de kiezers
Met volgens de prognose een halvering van het aantal zetels in de Tweede Kamer – van veertien naar zeven – heeft partijleider Jesse Klaver van GroenLinks in elk geval aan één van zijn twee ambitieuze doelstellingen voor deze verkiezingen niet voldaan: de hoogste uitslag ooit bereiken. Dat zouden dan tenminste vijftien zetels hebben moeten zijn.
De tweede ambitie die GroenLinks aan deze campagne herhaaldelijk had uitgesproken is met deze nederlaag ook verder weg geraakt: meeregeren. Na de mislukte formatie van 2017, toen GroenLinks niet tot een akkoord over migratie kon komen met VVD, CDA en D66 en afhaakte, was de partij er zeer op gebrand op na deze verkiezingen wél mee te regeren.
Daar was niet alleen de campagne op gericht, met een mildere toon van Jesse Klaver die vooral de verbinding met andere partijen zocht. Ook in zijn rol als (een van de) oppositieleider(s) probeerde Klaver zich de laatste jaren coöperatiever op te stellen. Zo steunde GroenLinks in 2019 vrijwel blind en zonder enig voorbehoud de kabinetsplannen (begroting en belastingplan) voor 2020. Ook het crisisbeleid van Rutte III om de coronapandemie aan te pakken en met miljarden aan maatregelen de economische effecten daarvan te ondersteunen, wordt door GroenLinks vooral gesteund.
In de campagne viel Klaver op door twee dingen die minder goed uitpakten dan hij en zijn team van naaste adviseurs hadden beoogd. Zijn belangrijkste thema was klimaat. „Dit zijn de klimaatverkiezingen”, zei hij bij herhaling. „We hebben nog maar negen jaar om de opwarming van de aarde tegen te gaan.” Hoe groot dat maatschappelijke probleem ook is, de urgentie ervan werd door andere partijen niet zo gevoeld dat het de verkiezingscampagne ging beheersen. De coronacrisis bleef, kennelijk ook voor de kiezers, het belangrijkste onderwerp. Daarnaast zocht Klaver opnieuw en nóg nadrukkelijker samenwerking met andere linkse, progressieve partijen. Maar de uitgestoken hand – met een opmerkelijke verkiezingsposter waarop ook de voornamen van de leiders van D66, PvdA en SP prijkten – werd niet enthousiast door zijn „linkse vrienden” aanvaard.
In de debatten deed Klaver het niet slecht. Hij maakte indruk toen hij in een tv-debat CDA-leider Wopke Hoekstra (tevens de minister van Financiën) met gedetailleerde cijfers uit diens eigen programma wist te overrompelen. Het GroenLinks-campagneteam moest ook al juichen toen Klaver in het eerste RTL-debat premier Rutte aanviel op „leugens” over hogere belastingen voor grootverdieners. Die optredens vertaalden zich niet in stijgende peilingen. Toch bleef GroenLinks tot kort voor de verkiezingsdag geloven in het vermeende grote contingent aan zwevende kiezers op links die pas heel laat hun keuze maken. Die stemmen gingen in elk geval niet naar GroenLinks; eerder naar D66 of nieuwkomers Volt en Bij1.
In een eerste reactie zei de nummer twee van de GroenLinks-fractie, Corinne Ellemeet, vooral „trots op Jesse” te zijn. De nederlaag, die zij nuanceerde door van een „gemiddelde uitslag” in de partijgeschiedenis te spreken, lag niet aan de partijleider. „Het waren de buitengewone omstandigheden van deze campagne [de coronamaatregelen, red.] die maakten dat we niet hebben bereikt wat we hadden willen bereiken.”
De positie van partijleider Klaver staat wat haar betreft niet ter discussie. Zouden andere mensen binnen GroenLinks daar misschien anders over kunnen denken? „Ik heb daar geen signalen van.”

Forum voor Democratie
Pandemie was Baudets ondergang én redding
Uiteindelijk was het simpel. Er was tijdens deze coronaverkiezingen maar één campagne die écht helemaal om corona draaide. Dat was die van Forum voor Democratie. Het leverde de partij, afgaand op de prognose donderdagochtend, acht zetels op in de nieuwe Tweede Kamer. Anders gezegd: een half miljoen Nederlanders wil nú een einde aan de lockdown en vindt niets belangrijker dan dat.
Zo heeft de pandemie partijleider Thierry Baudet eerst uit het veld geslagen en toen gered. De komst van het virus bracht hem vorig jaar in moeilijkheden. Zijn houding in de Tweede Kamer was wispelturig: eerst vóór een strenge lockdown, toen steeds feller tegen. In de peilingen zakte Forum weg. Zijn geliefde avondjes met de achterban moest hij noodgedwongen opgeven en in de echokamer van zijn eigen FVD Journaal haalde hij steeds harder uit naar zijn oude vrienden – zelfs GeenStijl moest eraan geloven.
De grote ontploffing van de partij in november was er een gevolg van: de botsing tussen kopstukken over het etterende racisme en antisemitisme in de jeugdbeweging – en de daarmee verweven leden in de partijtop – was ook een product van de Baudetmoeheid die er tijdens de coronacrisis was ingeslopen bij kritische partijprominenten. Zij grepen een diner in Tiel, waar ze Baudet hoorden zeggen dat zijn vrijheid hem „drie miljoen doden” waard was, aan om te vertrekken.
Toen, in november, viel al iets anders op: Baudet leek geen moment zijn best te doen de chaos te stelpen. Zodra hij aan het langste eind trok en de partij voor zich kon claimen, gedroeg hij zich als bevrijd. Zijn interne critici was hij kwijt, en wat hij binnenskamers in Tiel had gezegd over de corona-aanpak begon steeds meer te lijken op de toon die hij aansloeg tijdens campagnebijeenkomsten. „De wereldelites”, suggereerde hij, hadden „van de seizoensgriep een crisis gemaakt, lijkt het”.
Baudet kreeg er alle ruimte voor op het podium van de ‘Vrijheidskaravaan’, waarmee Forum de voorbije weken langs tientallen steden toerde op een uitklapbare campagnebus van het soort waarin Amerikaanse televisiedominees rondreizen.
Die toon sloeg aan, want in de tussentijd veranderde nog iets: in de samenleving nam de lockdownmoeheid toe. Andere partijen zagen het, maar wilden het virus niet bagatelliseren: FVD kon zich als enige tegenstander van het beleid presenteren.
Zo ziet Baudet het zelf het liefst, zeggen mensen in zijn omgeving: één onderwerp waarin hij volledig kan opgaan, één thema waarin hij zich als enige kan onderscheiden van de rest. Zo maakte hij ooit van het Marrakech-pact een nu-of-nooit-debat over migratie, zo ging het bij het Klimaatakkoord met zijn klimaatkritiek.
Nu maakte Baudet, met Wybren van Haga, van de coronacrisis een existentieel verhaal: als we niet oppasten, zouden we onze vrijheden voorgoed kwijtraken, steeds met beroep op een nieuwe pandemie. Dat sprak nieuwe kiezers aan. Wie dat wilde, kon zich op de tournee bevestigd voelen in complottheorieën.
Anderen snakten naar een tegengeluid, geschokt door de sociale en psychologische schade die de lockdown aanrichtte. Of het was een uitlaatklep: hier kon je handen schudden, hier kon je dansen op Dré Hazes’ Leef alsof het je laatste dag is. Hier kon je even doen alsof corona niet bestond.

Partij voor de Dieren
Teleurstelling na hoge verwachtingen
De enige partij op links met zetelwinst, was het vooruitzicht. „Een hoopgevende eerste exitpoll”, luidde dan ook de eerste reactie van partijleider en lijsttrekker Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren, een kwartier na de eerste NOS-uitslag. „We groeien na elke verkiezing gestaag, nu weer. Ook na een leiderschapswissel”, voegde ze er aan toe. Volgens de prognose donderdagochtend komt de partij uit op zes zetels.
Toch was er woensdagavond vooral teleurstelling in het Theater aan het Spui in Den Haag, waar een handvol partijgenoten de uitslagenavond live mocht bijwonen. De rest van het partijkader, zo’n 500 personen, kon het theaterspektakel via Zoom volgen en wist de collectieve teleurstelling nauwelijks te verbergen. Want de verwachtingen waren hoger. Acht tot tien zetels, was eerder deze maand de voorspelling van Ouwehand zelf.
Vanaf het moment dat de zetelwinst van D66 zichtbaar was, sloeg de stemming in het theater en op de Zoomschermen al om. „Winst van D66 gaat ten koste van ons”, verzuchtte partijvoorzitter Ruud van der Velde. En Ouwehand zei hem dat na. „D66 durfde als enige coalitiepartij forse sanering van de veestapel aan de orde te stellen. En je ziet dat de boodschap van systeemwijziging aanslaat bij de kiezer.” Volgens Ouwehand blijft haar partij de kracht in de Tweede Kamer die D66 aan haar verkiezingsbelofte – écht klimaatbeleid, serieuze sanering van de veestapel – kan houden.
Partijvoorzitter Van der Velde zag, ondanks het resultaat, toch nog winst. Want het aantal leden is volgens hem de afgelopen maanden „explosief gegroeid: met 2.000 tot 22.000 nu”.

ChristenUnie
Toch geen winst voor kleinste coalitiepartner
In de peilingen was de ChristenUnie lang de enige van de drie kleinere coalitiepartijen die niet op verlies stond, maar zelfs op een mogelijke kleine winst. Daarmee leek de christelijke partij voor elkaar te krijgen wat voor deze verkiezingen geen partij lukte na deelname aan een kabinet met Mark Rutte (VVD): er ongeschonden uitkomen. Donderdagochtend stond de partij volgens de tussentijdse prognose op vijf zetels, hetzelfde aantal als nu.
Volgens de exitpoll woensdagavond leek de partij nog een zetel te gaan verliezen. „Het was slikken toen we de exitpoll zagen,” zei partijleider Gert-Jan Segers, vanuit het partijbureau in Amersfoort in een uitzending op het YouTubekanaal van de partij. „Hier heb ik me niet op voorbereid. We hadden echt beter gehoopt.” Segers hield zich nog wel vast aan de marge van een paar zetels die bij dit soort peilingen geldt. „Ik hoop dat het beter wordt,” zei hij, als de echte uitslagen komen. „Er is zo hard gewerkt,” zei Mirjam Bikker, senator en kandidaat voor de Tweede Kamer even daarvoor teleurgesteld.
Voor een kleine partij was de ChristenUnie behoorlijk zichtbaar tijdens de grote televisiedebatten. Zo deed Segers mee aan een van de Pauw-debatten tegenover SP-leider Lilian Marijnissen. In de campagne zette de ChristenUnie zich vooral af tegen coalitiepartij D66. Segers verweet D66-leider Sigrid Kaag „politieke arrogantie” omdat zij medisch-ethische kwesties buiten de formatie van een nieuw kabinet wil houden. Kaag wil zulke besluiten aan het parlement laten.
De ChristenUnie viel op in de coalitie door hardop te benoemen welk beleid de partij niet beviel. Zo noemde de partij het afschaffen van de dividendbelasting een „meloen” die de partij had moeten doorslikken. Tegelijk vierde ChristenUnie successen. Op de partijwebsite staan 178 „waardevolle resultaten van ons werk als coalitiepartij”. Segers zei ondanks de tegenvallende exitpoll trots te zijn. „We hebben met de poten in de modder gestaan.”

JA21
JA21 wil meteen machtsfactor zijn
Woensdagavond moest de wedergeboorte zijn van Joost Eerdmans als Kamerlid en als het ‘redelijke’ deel van Forum voor Democratie dat eind vorig jaar uit de partij stapte. Toepasselijk dat JA21 de verkiezingsuitslag daarom in Hotel Renaissance bij Schiphol-Oost afwachtte. Die wedergeboorte is gelukt. De eerste exitoll toonde drie zetels, een latere zelfs vier zetels in de nieuwe Tweede Kamer. Ook donderdagochtend stond de partij na het tellen van tweederde van de stemmen nog op vier zetels.
Eerdmans, die eerder voor LPF in de Kamer zat, kwam woensdagavond samen met medeoprichter Annabel Nanninga, Nicki Pouw-Verweij (nummer 2), Derk Jan Eppink (nummer 3) erg tevreden naar buiten. Eerdmans: „Dit is voor ons een geweldige start.” Nanninga: „Een feest dit.”

Lees ook: JA21 presenteert zich als Forum zonder fratsen

Bijna meteen beginnen de partijprominenten over hun rol in Den Haag. De partij is volgens Eerdmans „een machtsfactor” met „een voet tussen de deur” die ook „te bellen” is bij de kabinetsformatie. En heel belangrijk: zo snel mogelijk een wetsvoorstel indienen om immigratie tegen te gaan. Vier zetels zijn waarschijnlijk niet genoeg om een grote rol te kunnen spelen, maar JA21 beschikt over acht senatoren in de Eerste Kamer, drie Europarlementariërs, tientallen statenleden en drie raadsleden in Amsterdam, allemaal overgestapt vanuit FVD. Al die volksvertegenwoordigers wil de partij inzetten om een „fatsoenlijk rechts” geluid te laten horen. Aanleiding voor die overstap was racisme binnen FVD en een ruzie tussen Eerdmans en Baudet over muziek op een partij-avond, Eerdmans wilde pop, Baudet klassiek.
Woensdagavond was er weer onenigheid over de muziekkeuze van Eerdmans, maar ditmaal kon het de pret niet drukken. Het leek er al lange tijd op dat JA21 de Tweede Kamer zou halen. Zo was de partij de eerste nieuwkomer die in de Peilingwijzer, het gewogen gemiddelde van drie peilingen, verscheen en peilde vanaf half februari twee zetels. Dat dat aantal nog lijkt te stijgen, ziet Eerdmans als bonus.

Lees ook: Hoe gaat de formatie er straks uitzien? Drie scenario’s

SGP
Altijd weer drie zetels
Zoals gewoonlijk: drie zetels voor de SGP. SGP-leider Kees van der Staaij hield woensdagavond nog een slag om de arm – een zetel meer of minder door onnauwkeurige exitpolls zou voor de partij een groot verschil maken. „Maar als het er inderdaad drie zijn, zou ik dankbaar zijn.” Donderdagochtend wezen de prognoses erop dat dit is gelukt.
Afgeschrikte kiezers door corona, conservatieve kiezers die naar Forum voor Democratie verhuizen, de BoerBurgerbeweging die plattelandse gelovigen weglokte – het lijkt in zetelaantallen geen verschil te hebben gemaakt. „Onze vaste achterban is goed voor ongeveer tweeënhalve zetel”, zegt Van der Staaij. De partij hoopte afgelopen jaar voorzichtig op een vierde zetel, maar waar het verschil is heengegaan? „Dat is koffiedik kijken.”
Van der Staaij schoof in Gouda aan bij StudioSGP om de uitslagen te bespreken. Voor de andere aanwezigen geen liederen, viering of gebed, alleen een tafel met bijbels en taartjes met SGP-logo. „Toen ik de beelden van de vorige verkiezingscampagne zag, miste ik wel even de gezelligheid. Maar het troost dat er mensen meekijken en reageren.”
De opkomst was dit jaar grofweg even hoog als vier jaar geleden. Van der Staaij: „Een hoge opkomst is nadelig voor de SGP, omdat onze kiezers al een hoge mate van trouw hebben. Maar daar moeten we het niet van hebben, vind ik. Als Kamerlid juich altijd toe dat mensen gaan stemmen.”

Volt
Binnenhof is een luis in de pels rijker
Dankbaarheid, blijdschap, vermoeidheid, zo beschrijft Nilüfer Gündogan, de nummer twee van Volt Nederland, haar situatie. „Heeft iemand een glas water”, vraagt ze woensdagavond na de eerste exitpoll. Volt Nederland, dé verrassing van deze verkiezingscampagne, had een duidelijk doel voor ogen: een paarse revolutie in politiek Den Haag starten. En dat is gelukt – met drie zetels volgens de prognose donderdagochtend – zijn de gevestigde partijen op het Binnenhof een luis in de pels rijker.
„Geweldig dat dit de eerste peiling is”, is het eerste wat lijsttrekker Laurens Dassen kan uitroepen in reactie op de exitpoll woensdagavond, waarin de partij zelfs vier zetels lijken te kunnen halen. Het is een beloning voor het harde werk van alle mensen in de campagne, vervolgt hij. Nederland is het eerste land waar Volt – dat onderdeel is van een grotere Europese beweging – een nationaal parlement zal betreden.
Slechts vijf kandidaat-Kamerleden en enkele leden van het campagneteam en het partijbestuur verzamelden zich woensdagavond op het hoofdkantoor van Secrid. Het portemonneemerk doneerde in februari 20.000 euro aan de Volt-campagne en bood aan de verkiezingsavond te sponsoren. Op dat aanbod ging de Europese partij gretig in. Los van een handjevol journalisten was verder niemand welkom – de strikte coronamaatregelen stonden een feestje in de weg. Kort na de eerste zuchten van verlichting snelden de nummers een en twee zich naar een aparte ruimte waar ze ruim 1.100 uitzinnige leden via een livestream toespraken over de gestreden campagne.
Volt, tot twee jaar geleden een onbekende speler in de politiek, groeide de afgelopen weken tot astronomische hoogten: Krap zes weken geleden telde de partij 1.500 Nederlandse leden, dat aantal staat nu op ruim 7.500. Volters vertellen dit met verwondering en verbazing. De kleine partij heeft een spontane campagne gevoerd en hoopte van zero naar hero te gaan. Die campagne is op z’n zachtst gezegd succesvol te noemen:
Volt kon rekenen op steunbetuigingen van prominente Nederlanders, verscheen opeens in de Peilingwijzer en zag vervolgens de media-aandacht groeien – en dus ook het ledenaantal.
Gündogan verwacht „misschien na een paar dagen of een paar jaar” te beseffen wat deze avond is gebeurd. „Ik weet het wel en mijn systeem voelt het ook wel, maar het is nog steeds bizar.” Eerlijk is eerlijk: toen duidelijk werd dat D66 fors zou zijn gegroeid, vroeg ze zich af wat dit voor hún uitslag zou betekenen. „Daar ga ik niet ingewikkeld over doen, dat is heel menselijk.”
Wat daar ook van zij: Volt in Nederland zal binnenkort plaatsnemen in de plenaire zaal van de Tweede Kamer. Lijsttrekker Dassen vindt het jammer dat hij deze overwinning niet met „veel meer” kan vieren. „Maar dat gaan we in de toekomst zeker nog een keer inhalen!”

Denk
Twee zetels, ‘een beetje zuur’
Ze hoopten op zes zetels, hielden rekening met vijf. En in de peilingen schommelde Denk tussen de een en de drie zetels in de Tweede Kamer. Het werden er – volgens de prognose donderdagochtend – twee. Met een marge van twee zetels kan dat nog alle kanten op, en kan het spannend worden voor Denk.
Die uitslag is op het eerste gezicht een afstraffing van de kiezer, maar Denk hield woensdagavond zelf een slag om de arm. Kiezers met een migratieachtergrond zijn vaak ondervertegenwoordigd in de peilingen. „Het is een beetje zuur”, zei partijleider Farid Azarkan. „Maar we hebben laten zien dat we een partij zijn die blijft.”
Dat de stem van mensen met een migratieachtergrond uitmaakt, werd in 2017 duidelijk. Toen kwam Denk verrassend met drie zetels in de Tweede Kamer. De partij kreeg vooral bekendheid door de boze en vaak verontwaardigde toon die de Kamerleden aansloegen. Media werden gewantrouwd, andere Kamerleden met een Turkse achtergrond aan de schandpaal genageld. Critici zien in Denk de ‘lange arm van Erdogan’.
Dat leek de achterban, veelal Nederlanders met een Turkse of Marokkaanse achtergrond, te bevallen. Denk richtte zich op groepen die zich jarenlang als tweederangs burgers behandeld voelden. En wilde het anti-islam klimaat, aangejaagd door Geert Wilders, bestrijden.Met twee zetels zal dat geluid, vertolkt door zittende Kamerleden Farid Azarkan en Tunahan Kuzu, blijven.

50Plus
Al blij met één zetel
Het zou tóch nog kunnen. Na het vertrek van fractievoorzitter Henk Krol en geruzie tussen de nieuwe lijsttrekker Liane den Haan en de rest van de partij staat 50Plus toch nog op één zetel. „Mensen houden niet van ruzie”, stelt Liane den Haan woensdagavond op een livesessie op Facebook vanuit haar woonkamer. „Dus dat het er nu in elk geval één zetel is, daar ben ik al heel blij om.”
Maar ja, zo wordt er verzucht, die marge van twee zetels in de exitpoll… Het zou daardoor kunnen dat 50Plus alsnog uit de Kamer verdwijnt. Volgens de prognose donderdagochtend is die ene zetel echter haalbaar.
De verkiezingsuitslag is hoe dan ook een flinke klap zijn voor de partij, die nu vier zetels in de Tweede Kamer heeft en ruim een jaar geleden nog op tien zetels in de peilingen stond. Oprichter en partijvoorzitter Jan Nagel stelde eind vorig jaar in NRC dat 50Plus eigenlijk alleen kan overleven als de partij zou groeien. „Als de lijn naar beneden is ingezet, dan verliezen de mensen het vertrouwen, dat gaat maar door.” Nagel noemt het resultaat dan ook „een flinke tik”, maar dat betekent tóch niet het einde van de partij, stelt Nagel. Hij rekent erop dat 50Plus „als een oude rozenstruik die is teruggesnoeid” weer kan groeien.

BIJ1
Sylvana Simons: ‘Veel te doen met één zetel’
In het splinternieuwe Theater Zuidplein in Rotterdam-Zuid is woensdagavond alleen de harde kern van de partij BIJ1 bijeen voor de verkiezingsavond– meer dan enkele tientallen mensen kunnen niet live aanwezig zijn in deze coronatijd. Via de artiesteningang gaan ze naar binnen, langs de coronatester in de kleedkamers, en daarna: verzamelen rond het podium. Andere leden kijken mee via een stream. De sfeer is vrolijk én gespannen.
In 2017 deed de partij mee met de verkiezingen onder de naam Artikel1. Het lukte toen niet om een zetel te bemachtigen. Gaat het de partij nu wel lukken? Volgens de exitpoll woensdagavond lijkt BIJ1 nog één zetel te gaan krijgen, maar donderdagochtend staat de partij volgens de voorlopige tussenstand bij het tellen van de stemmen toch weer op nul zetels.
Woensdagavond is er toch nog de hoop dat het gaat lukken met die ene zetel. Partijleider en lijsttrekker Sylvana Simons plaats op het podium van het splinternieuwe Theater Zuid in Rotterdam. „We hebben veel te doen met die ene zetel”, spreekt ze enkele tientallen van haar achterban toe. „De strijd tegen ongelijkwaardigheid gaat door. We zijn uit noodzaak geboren.”
Simons kijkt even naar de exitpolls. Het enorme zetelaantal voor rechts verbaast haar. „De rechtse populisten zijn blijkbaar in staat mensen te laten geloven dat we bang moeten zijn voor elkaar.” BIJ1 moet een lange adem hebben, denkt Simons. „Als wij nu met één zetel binnenkomen, gaan we er over vijf jaar meer halen. We zijn zo nieuw. Als mensen zien wat we doen, gaan we groeien.”

BoerBurgerBeweging
Caroline van der Plas (BBB) gaat in elk geval niet in Den Haag wonen
„Na de geboorte van mijn kinderen is dit het mooiste moment van mijn leven”, zegt lijsttrekker Caroline van der Plas, een uur nadat bekend is geworden dat de nieuwe partij BoerBurgerBeweging (BBB) vermoedelijk met één zetel in de Tweede Kamer komt. „Helemaal fantastisch. Het is een enorme ontlading. We hebben er altijd in geloofd, maar het moest nog wel gebeuren.” Ook donderdagochtend maakt de partij volgens de eerste tussenstand nog steeds kans op een zetel.
Bijna dertig leden van de vorig jaar opgerichte partij, die zich sterk maakt voor herwaardering van het platteland met de boer als het „kloppende hart”, komen woensdagavond bijeen in het kantoor van twee van de bestuursleden in Deventer. Ze delen hun enthousiasme via een live stream. „Superblij” is ook de nummer twee van de kandidatenlijst, Femke Wiersma, landelijk bekend geworden door haar deelname aan het televisieprogramma Boer Zoekt Vrouw.
Zij profileerde zich onlangs met een plan een „groene stad” met driehonderdduizend woningen te bouwen in de huidige Oostvaardersplassen in Flevoland, een in haar volkomen mislukt staaltje van „wensnatuur”. Agrarisch journalist Van der Plas uit Deventer is als Kamerlid niet van plan een appartement te huren in Den Haag of in hotels te overnachten; ze gaat voortaan regelmatig logeren bij haar peettante, Wilma. „Die woont niet ver van het centrum. Ze is hartstikke lief en grappig en aardig.”
Eén van de voorstellen van BBB is trouwens de oprichting van een ministerie van Platteland op „minimaal honderd kilometer” afstand van Den Haag. „Wij willen dat dit ministerie komt te zitten in het hart van het platteland.” Hoe verklaart ze het succes? „Wij weten al lang dat er behoefte is aan een partij die opkomt voor mensen die op het platteland worden vergeten.”

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *