Zombiebranden overleven onder winters sneeuwdek




In het boreale gebied kunnen natuurbranden de winter overleven door ondergronds te blijven smeulen. Als in het voorjaar de sneeuw is gesmolten en het warmer wordt, flakkeren ze weer op. Onderzoekers uit Nederland en Alaska hebben een algoritme ontwikkeld dat in satellietbeelden zulke overwinterende branden kan onderscheiden. De resultaten van het onderzoek zijn woensdag gepubliceerd in Nature.Overwinterende branden – ook wel zombiebranden genoemd – worden de laatste jaren vaker gemeld. „Waarschijnlijk omdat ze door de opwarming van de aarde vaker voorkomen”, zegt geograaf Sander Veraverbeke van de Vrije Universiteit in Amsterdam, die het onderzoek coördineerde. Het boreale gebied, dat zich tussen de 55 en 70 graden noorderbreedte bevindt, warmt relatief snel op. In een eerdere studie heeft Veraverbeke met collega’s aangetoond dat het daardoor in de afgelopen vijftig jaar in Alaska en Canada meer is gaan bliksemen. Bliksems veroorzaken er inmiddels 75 tot 90 procent van de natuurbranden. Daarnaast vergroent het gebied; er schieten meer struiken en boompjes op. En de zomers worden warmer en droger. Allemaal factoren die voor een toename van het aantal natuurbranden kunnen zorgen.Branden kunnen maandenlang ondergronds blijven smeulen, omdat de bodem er zo rijk is aan veen. Uitgedroogd veen brandt makkelijk. Doordat de zomers warmer en droger worden, droogt het veen tot grotere diepte uit.Grote branden in AlaskaVeraverbeke raakte geïnteresseerd in het fenomeen van de overwinterende branden, nadat in 2014 en 2015 in respectievelijk de Noordwest Territoria van Canada en Alaska grote branden woedden die in de winter leken te zijn gedoofd, maar in het voorjaar op bijna dezelfde plek weer opvlamden. „De branden overleven de winter zelfs als het -40 graden Celsius is en er een dik pak sneeuw ligt”, zegt hij. Veraverbeke wilde onderzoeken of zulke branden waren te onderscheidden op satellietbeelden. Daarvoor ontwikkelde hij met collega’s een algoritme, op basis van 45 gedocumenteerde overwinterende branden, en onder een drietal voorwaarden. Een oplaaidende brand ligt minder dan een kilometer van de eerdere brand. De brand is niet veroorzaakt door bliksem. (Veraverbeke: „Door een heel goed netwerk aan bliksemdata weten we waar bliksems zijn ingeslagen en branden hebben veroorzaakt.”) En de brand bevindt zich minstens een kilometer van infrastructuur.Met het algoritme onderzochten ze satellietbeelden van de Canadese Noordwest Territoria en Alaska, uit de periode 2002-2018. Ze ontdekten twintig niet eerder gerapporteerde grote overwinterende branden, sommige zo groot als de stad Utrecht.Veraverbeke vermoedt dat er meer overwinterende branden hebben gewoed. Maar de meeste zijn klein – „een aantal tientallen vierkante meters” – en worden door satellieten niet gedetecteerd.Overwinterende branden blijken nog geen groot aandeel te hebben in het jaarlijks verbrande gebied van de twee onderzochte regio’s. Gemiddeld is het minder dan 1 procent. Maar er zijn jaren dat het oploopt tot 35 procent, zoals in 2008 in Alaska. En Veraverbeke vermoedt dat hun aandeel als gevolg van de opwarming van de aarde zal groeien. Daarbij komt er bij dit type brand relatief veel methaan vrij, en dat is een sterker broeikasgas dan CO2.

Lees een reportage over een ondergronds smeulende brand in Nederland: In de Deurnsche Peel was het vuur weg, maar de brand bleef

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *